ECLI:NL:RBROT:2021:13604
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging oplegging educatieve maatregel gedrag en verkeer na negeren rood verkeerslicht
Eiser kreeg op 13 januari 2020 een educatieve maatregel gedrag en verkeer (EMA) opgelegd door het CBR, nadat de politie had gemeld dat hij vermoedelijk niet langer rijgeschikt was. Dit volgde op een mutatierapport waarin stond dat eiser op 21 december 2019 tweemaal een rood verkeerslicht had genegeerd.
Eiser betwistte dit en stelde slechts eenmaal bij oranje te zijn doorgereden, onderbouwd met getuigenverklaringen van zijn bijrijders. De rechtbank oordeelde echter dat deze verklaringen onvoldoende aanknopingspunten boden om te twijfelen aan de politiebevindingen, mede vanwege de relatie tussen getuigen en eiser en het tijdsverloop.
De rechtbank volgde de vaste rechtspraak dat voor het opleggen van een EMA geen wettig en overtuigend bewijs vereist is, maar dat voldoende zekerheid omtrent het gedrag volstaat. De klacht over bejegening door de verbalisant werd buiten beschouwing gelaten wegens de juiste klachtenprocedure.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak werd gedaan door rechter J. de Gans op 10 december 2021.
Uitkomst: Het beroep tegen de oplegging van de educatieve maatregel gedrag en verkeer is ongegrond verklaard.