Eiser vroeg op 23 januari 2020 een verklaring omtrent het gedrag (VOG) aan voor een chauffeurskaart. De Minister voor Rechtsbescherming wees de aanvraag af op grond van strafbare feiten die binnen de terugkijktermijn van vijf jaar in het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) zijn geregistreerd, waaronder geweldsdelicten en poging tot diefstal.
Eiser voerde aan dat de feiten zich in de privésfeer hebben voorgedaan, sommige zaken geseponeerd zijn of nog niet definitief zijn, en dat hij therapie volgt om herhaling te voorkomen. Ook stelde hij dat de strafbare feiten geen ernstige vergrijpen betreffen en dat zijn financiële situatie ernstig is vanwege het verlies van zijn baan.
De rechtbank oordeelde dat de strafbare feiten relevant zijn voor de functie van taxichauffeur, ongeacht de privésfeer of sepotgrond, en dat het risico voor de samenleving zwaarder weegt dan het belang van eiser bij het verkrijgen van de VOG. De eerdere toekenning van een VOG voor vrijwilligerswerk maakt dit oordeel niet anders.
Het beroep is ongegrond verklaard en eiser kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.