De zaak betreft een geschil tussen een werknemer van Almatis B.V. en zijn werkgever over de toepassing van de seniorenregeling uit de cao Almatis. De werknemer, 65 jaar oud en sinds 1980 in dienst, vordert dat de seniorenregeling ook na zijn 64e levensjaar tot aan zijn AOW-leeftijd van 16 juni 2023 op hem van toepassing wordt verklaard, dan wel een geldelijke compensatie.
De cao bevat een seniorenregeling die extra verlofdagen toekent tot en met de leeftijd van 64 jaar. Almatis past deze regeling correct toe en stelt dat de regeling sinds 2007 niet is aangepast ondanks de verhoging van de AOW-leeftijd. De werkgever voert aan dat de werknemer voldoende verlofdagen heeft opgebouwd en dat er geen strijd is met goed werkgeverschap.
De kantonrechter oordeelt dat de seniorenregeling duidelijk en eenduidig is en dat de werknemer gebonden is aan de cao-afspraken. Er is geen sprake van een verworven recht of een gedragslijn die de toepassing van de regeling na 64 jaar rechtvaardigt. Almatis handelt niet in strijd met goed werkgeverschap, mede omdat zij werknemers heeft geïnformeerd over alternatieve regelingen en de werknemer voldoende verlofdagen heeft.
De vorderingen van de werknemer worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door mr. K.J. Bezuijen en uitgesproken op 31 december 2021.