ECLI:NL:RBROT:2021:13147
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot verschoning rechter in wsnp-procedure wegens betrokkenheid bij faillissement
In deze zaak verzocht een rechter-commissaris om zich te mogen verschonen in een procedure betreffende de toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (wsnp) van een voormalig bestuurder van een vennootschap. De rechter was benoemd als rechter-commissaris in het faillissement van de vennootschap waarvan de schuldsaneringsaanvrager bestuurder was.
De curator had gerapporteerd dat de bestuurder niet voldeed aan zijn inlichtingenplicht, waarop de rechtbank een bevel tot verzekerde bewaring uitvaardigde op voordracht van de rechter-commissaris. Gezien deze betrokkenheid achtte de rechter het niet passend om de wsnp-zaak zelf te behandelen en vroeg hij om verschoning.
De rechtbank overwoog dat verschoning dient om de onpartijdigheid van de rechter te waarborgen. Hoewel er geen aanwijzingen waren dat de rechter subjectief niet onpartijdig was, was de objectieve vrees voor partijdigheid gerechtvaardigd vanwege zijn rol in het faillissement en de bewaring. Daarom werd het verzoek tot verschoning toegewezen.
De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer voor verschoningszaken van de rechtbank Rotterdam op 22 december 2021.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter in de wsnp-procedure wordt toegewezen vanwege zijn betrokkenheid bij het faillissement en de bewaring van de bestuurder.