Uitspraak
1.de vennootschap onder firma [naam] VOF, gevestigd te [plaats] ,
[naam eiser 2], wonende te [woonplaats] ,
[naam eiser 3], wonende te [woonplaats] ,
Rechtbank Rotterdam
In de civiele procedure tussen een vennootschap onder firma en een besloten vennootschap over een huurgeschil heeft rechter Roukema als handelsrechter de zaak naar kanton verwezen en een rolbeslissing gegeven. Eisers hebben vervolgens verzocht om een andere rechter en een nieuwe mondelinge behandeling.
De rechter heeft zelf een schriftelijk verzoek tot verschoning ingediend. De rechtbank overweegt dat verschoning dient ter verzekering van onpartijdigheid en dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden dit vermoeden ondergraven.
Hoewel er geen aanwijzingen zijn dat de rechter subjectief niet onpartijdig is, acht de rechtbank de combinatie van omstandigheden en het eigen verzoek van de rechter tot verschoning een zwaarwegende aanwijzing dat de vrees voor schending van onpartijdigheid objectief gerechtvaardigd is.
Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot verschoning toe en draagt de verdere behandeling van de zaak over aan een andere rechter.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van rechter Roukema wordt toegewezen wegens objectief gerechtvaardigde vrees voor schending van onpartijdigheid.