Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..De vordering
3..De beoordeling
4..De beslissing
- € 1.013,- aan verschotten;
- € 498,- aan salaris voor de gemachtigde;
Rechtbank Rotterdam
In deze kort geding procedure vordert eiseres de ontruiming van een zelfstandige woonruimte door IN Zorg en betaling van achterstallige gebruiksvergoeding en incassokosten. De huurovereenkomst was voor bepaalde tijd gesloten van 7 juli 2020 tot 6 juli 2021 en is tijdig opgezegd. IN Zorg maakt na afloop van de huurovereenkomst zonder recht gebruik van het gehuurde en is gestopt met het betalen van huur.
De kantonrechter constateert dat IN Zorg niet is verschenen en verleent verstek. Op basis van artikel 7:228 BW Pro wordt geoordeeld dat de huurovereenkomst door het verstrijken van de termijn is geëindigd en dat IN Zorg zonder recht gebruik maakt van het gehuurde. De vordering tot ontruiming wordt daarom toegewezen met een termijn van 14 dagen na betekening.
Daarnaast worden de gebruiksvergoedingen tot en met de dag van ontruiming toegewezen, evenals buitengerechtelijke incassokosten. De gevorderde dwangsom wordt gemaximeerd op € 30.000,-. De machtiging om de ontruiming zelf met inzet van politie uit te voeren wordt afgewezen, omdat de deurwaarder daartoe bevoegd is. De kosten van het geding worden aan IN Zorg opgelegd.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het méér of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: IN Zorg wordt veroordeeld tot ontruiming binnen 14 dagen en betaling van achterstallige gebruiksvergoeding en incassokosten.