Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[handelsnaam] ,
1..Het verloop van de procedure
- het exploot van dagvaarding, met producties;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek, met productie;
- de conclusie van dupliek.
Rechtbank Rotterdam
Partijen sloten op 21 september 2020 een leveringsovereenkomst voor gas en elektriciteit voor vijf jaar. De gedaagde beëindigde de overeenkomst voortijdig op 21 november 2020 en betaalde de voorschotnota's van december 2020 en de eindnota's niet. De energieleverancier DGB vorderde betaling van €657,24 plus rente en incassokosten.
Gedaagde stelde dat hij was misleid door een callcentermedewerker en dat de maandelijkse kosten hoger uitvielen dan de indicatie, waardoor hij de overeenkomst vernietigbaar achtte wegens dwaling. Ook betwistte hij dubbele opzegvergoeding en betaling van voorschotnota’s na beëindiging.
De rechtbank oordeelde dat het beroep op dwaling faalt omdat de overeenkomst duidelijk vermeldde dat het termijnbedrag een indicatie is en kan afwijken. Voorschotnota’s zijn verschuldigd omdat deze in de eindnota’s zijn verrekend. De dubbele opzegvergoeding werd afgewezen; slechts één vergoeding van €125 is toewijsbaar. Aanmaningskosten werden verminderd wegens onvoldoende onderbouwing. Uiteindelijk werd een bedrag van €452,24 plus wettelijke rente en €67,83 incassokosten toegewezen, met veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €452,24 plus wettelijke rente en incassokosten, met een enkele opzegvergoeding van €125.