Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- het exploot van dagvaarding, met producties;
- de aantekeningen van de griffier van het op de rolzitting van 17 juni 2021 door [gedaagde] gegeven mondelinge antwoord.
Rechtbank Rotterdam
Achmea Schadeverzekeringen N.V. heeft een vordering ingesteld tegen een verzekerde wegens een bedrag van €94,78 aan onverschuldigd ontvangen premie na beëindiging van een autoverzekering. Achmea had de premie ten onrechte geïncasseerd en terugbetaald, maar de verzekerde had deze terugbetaling ook gestorneerd, waardoor hij het bedrag onterecht heeft behouden.
De verzekerde betwistte de vordering en stelde dat hij de premie reeds had betaald, en stuurde bewijsstukken aan de deurwaarder. Op de zitting werd hem gelegenheid gegeven deze stukken in te brengen, maar hij maakte hier geen gebruik van. De kantonrechter oordeelde dat het verweer onvoldoende was onderbouwd en ging uit van niet-betaling.
De kantonrechter kende Achmea de hoofdsom van €94,78 toe, vermeerderd met wettelijke rente vanaf dagvaarding, en een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van €48,40 inclusief btw. Tevens werden de proceskosten aan de zijde van Achmea toegewezen. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Verzekerde wordt veroordeeld tot betaling van €144,71 inclusief rente en incassokosten aan Achmea.