ECLI:NL:RBROT:2021:12758
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging maatschappelijke opvang wegens niet meewerken aan uitstroom
Eiseres, zonder vaste woon- of verblijfplaats, maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam om haar recht op maatschappelijke opvang te beëindigen. Dit besluit was genomen omdat eiseres niet meewerkte aan uitstroom uit de nachtopvang, onder meer door twee keer een plaatsing in een doorstroomvoorziening te weigeren en niet te reageren op woningen buiten haar voorkeurswijken.
Eiseres voerde aan dat zij de plaatsingen had geweigerd vanwege financiële zorgen over huurtoeslag en dat zij wel bereid was breder te zoeken naar woonruimte. De rechtbank oordeelde echter dat eiseres niet had voldaan aan de voorwaarden van medewerking en dat het college bevoegd was het recht op opvang te beëindigen. De rechtbank wees erop dat de afwijzing van de Voorburgstraat niet de enige reden was; ook het niet zoeken buiten voorkeurswijken speelde mee.
De rechtbank verwierp het beroep als ongegrond en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter S.M. Dielemans-Goossens op 12 november 2021.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de beëindiging van haar recht op maatschappelijke opvang wordt ongegrond verklaard.