Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[handelsnaam],
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
5 juli 2020.
4:00 – [eiser]: Sinds vandaag weer aan het werk. Ik hoor je vanavond.
Rechtbank Rotterdam
Partijen sloten een overeenkomst waarbij eiser een marmoleumvloer zou aanbrengen in de woning van IPM's bestuurder tegen een overeengekomen prijs. Na oplevering ontstonden gebreken zoals blazen en loslatende delen. Eiser bood herstel aan, maar IPM weigerde dit, stellende dat ook andere gebreken bestonden die niet werden erkend door eiser.
IPM schortte daarop de betaling op, stellende dat de vloer niet voldeed aan de overeenkomst. De rechtbank oordeelde dat IPM geen bewijs leverde dat zij eisen had gesteld aan krasvastheid en onzichtbare naden, en dat de gebreken aan blazen en loslatende delen eenvoudig te herstellen waren. Doordat IPM eiser niet toestond tot herstel over te gaan, was zij zelf in verzuim.
De rechtbank veroordeelde IPM tot betaling van de factuur, wettelijke rente en incassokosten. De vordering tot ontbinding en schadevergoeding van IPM werd afgewezen wegens eigen schuldeisersverzuim en gebrek aan bewijs. De woning was inmiddels verkocht, waardoor nakoming door eiser niet meer mogelijk was, maar dit kon hem niet worden toegerekend.
Uitkomst: IPM is veroordeeld tot betaling van de factuur inclusief rente en incassokosten; vorderingen tot ontbinding en schadevergoeding zijn afgewezen.