Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
3..De vordering
4..Het verweer
5..De beoordeling
6..De beslissing
:
Rechtbank Rotterdam
Partijen sloten een huurovereenkomst voor de periode van 1 juni 2019 tot 1 juni 2020 voor een woning tegen een huurprijs van € 1.150,- per maand. De verhuurder heeft de huurovereenkomst rechtsgeldig opgezegd per 1 juni 2020, wat door de huurders werd betwist.
Uit correspondentie, waaronder aangetekende brieven en WhatsApp-berichten, blijkt dat de huurders op de hoogte waren van de beëindiging en dat er geen verlenging is overeengekomen. Daarnaast is sprake van een aanzienlijke huurachterstand van € 12.312,67 en overlast veroorzaakt door de huurders.
De rechtbank oordeelt dat het spoedeisend belang van de verhuurder zwaarder weegt dan het belang van de huurders en dat de vordering tot ontruiming en betaling van achterstallige huur vrijwel zeker in een bodemprocedure zal worden toegewezen. Daarom wordt de ontruiming binnen veertien dagen bevolen, met betaling van de huurachterstand en een gebruiksvergoeding tot de ontruiming.
Uitkomst: De huurders worden veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en betaling van de huurachterstand met wettelijke rente.