Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
[naam kind],
[naam moeder],
[naam pleegmoeder],
Het procesverloop
- een vertegenwoordigster van de GI, [naam].
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde op 19 november 2021 het verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarig kind, geboren in 2013. Het kind verblijft sinds vijf jaar uit huis en sinds februari 2021 in een perspectief biedend pleeggezin waar hij positieve ontwikkelingen doormaakt. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit en wordt actief betrokken bij de opvoeding.
De Raad voor de Kinderbescherming voerde een onderzoek uit en adviseerde dat een gezagsbeëindiging op dit moment te vroeg is. Zowel de moeder als de pleegmoeder steunen het verzoek tot verlenging en benadrukken de goede relatie en het belang van continuïteit voor het kind. De kinderrechter acht de verlenging noodzakelijk op grond van artikel 1:255 en Pro 1:265c BW, gezien het belang van de verzorging en opvoeding.
De beslissing is genomen na een mondelinge behandeling met gesloten deuren, waarbij de moeder en pleegmoeder telefonisch zijn gehoord vanwege corona. De ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing worden verlengd tot 27 november 2022 en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Hoger beroep is mogelijk via de griffie van het gerechtshof te Den Haag.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van het kind tot 27 november 2022.