De moeder verzocht om herstel van het ouderlijk gezag over haar minderjarige kind, nadat dit in 2017 was beëindigd en het kind onder voogdij van een gecertificeerde instelling was gesteld. Het kind verblijft momenteel bij de grootmoeder moederszijde en brengt de weekenden bij de moeder door. Zowel de moeder, het kind, de gecertificeerde instelling, de Raad voor de Kinderbescherming en de grootmoeder ondersteunen het herstel van het gezag.
De moeder voert aan dat het goed gaat met haar en het kind, dat het vertrouwen in de voogdes is verloren en dat zij zelf hulpverlening heeft ingeschakeld. De gecertificeerde instelling en de Raad voor de Kinderbescherming erkennen de positieve ontwikkelingen, maar achten het van belang om zicht te houden op de thuissituatie vanwege niet optimale schoolgang. De Raad verzoekt om ondertoezichtstelling tot meerderjarigheid, wat de moeder betwist.
De kinderrechter oordeelt dat aan de wettelijke criteria voor herstel van het gezag is voldaan en dat dit in het belang van het kind is. De voogdij van de gecertificeerde instelling eindigt derhalve van rechtswege. Het verzoek tot ondertoezichtstelling wordt afgewezen omdat er geen ernstige ontwikkelingsbedreiging is, ondanks het belast verleden en de schoolproblemen van het kind. De beschikking is op 18 november 2021 mondeling gegeven en schriftelijk vastgesteld op 30 november 2021.