ECLI:NL:RBROT:2021:1230
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag schulddienstverlening wegens herhaald ontstaan van fraudevorderingen
Eiseres diende in 2017 een aanvraag in voor schulddienstverlening, die werd afgewezen vanwege meerdere fraudevorderingen bij de gemeente Rotterdam. Na deze afwijzing ontstonden opnieuw fraudevorderingen, waaronder een terugvordering en een boete, die mede gebaseerd waren op het niet verstrekken van inlichtingen. Eiseres betwistte dat sprake was van meerdere vorderingen en voerde aan dat zij onterecht werd uitgesloten van schulddienstverlening, mede met een beroep op het gelijkheidsbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat eiseres wel degelijk procesbelang had omdat zij schade had geleden door de afwijzing en de schulden in de tussenliggende periode waren opgelopen. De rechtbank stelde vast dat de gemeente de afwijzing terecht baseerde op artikel 3, derde lid, van de Beleidsregels Schulddienstverlening Rotterdam 2016, waarin onder meer de oorzaak van de schulden en de mate van medewerking worden betrokken.
De rechtbank verwierp het argument van eiseres dat het om één fraudevordering ging en dat de afwijzing in strijd was met het gelijkheidsbeginsel, omdat haar echtgenoot geen fraudeschulden had op het moment van toekenning. Ook het beroep op strijd met de bedoeling van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening werd ingetrokken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag schulddienstverlening wordt ongegrond verklaard.