Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
Artikel 4— Terugbetaling studiekosten
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een vordering van de curator in het faillissement van een werkgever tegen een voormalige werknemer tot terugbetaling van studiekosten. De werknemer had een arbeidsovereenkomst en een studieovereenkomst gesloten, waarin was bepaald dat studiekosten terugbetaald moesten worden indien de werknemer binnen 36 maanden na afronding van de studie op eigen initiatief uit dienst trad.
De werknemer had zijn arbeidsovereenkomst opgezegd en stelde dat de studieovereenkomst onder dwang was gesloten en dat niet alle kosten door de werkgever waren gemaakt. De kantonrechter oordeelde dat er geen sprake was van dwang en dat de studieovereenkomst geldig was. Wel werd geoordeeld dat niet alle gevorderde posten voldoende waren onderbouwd.
Uiteindelijk werd een bedrag van €1.655,42 toegewezen, bestaande uit de kosten van een specifieke instructie en een examen, verminderd met de 36-maanden staffel en vermeerderd met wettelijke rente. De proceskosten werden gecompenseerd, zodat partijen ieder hun eigen kosten dragen.
Uitkomst: Werknemer wordt veroordeeld tot terugbetaling van €1.655,42 studiekosten met wettelijke rente.