Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.
4..Waardering van het bewijs
5..Strafbaarheid feiten
6..Strafbaarheid verdachte
7..Motivering straf
8..Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
9..Toepasselijke wettelijke voorschriften
10..Bijlagen
11..Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden;
€ 1.829,05 (zegge: duizend achthonderdnegenentwintig euro en vijf eurocent), bestaande uit € 229,05 aan materiële schade en € 1.600,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 14 augustus 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [naam slachtoffer] te betalen
€ 1.829,05(hoofdsom,
zegge: duizend achthonderdnegenentwintig euro en vijf eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 augustus 2021 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 1.829,05 niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
28 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;