Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het (verdere) verloop van de procedure
- het tussenvonnis van 7 mei 2021;
- de aantekeningen van de griffier van de op de rolzitting van 2 juni 2021 door [naam 3] namens SBV gegeven mondelinge reactie alsmede de door hem bij die gelegenheid overgelegde akte uitlaten bewijslevering, met één productie;
- de e-mail van 28 juni 2021 van de zijde van SBV, met aanvullende producties;
- de akte uitlaten van V.E.S., met producties;
- de antwoordakte van SBV, met één productie;
- de rolbeslissing van 3 september 2021;
- de akte uitlaten producties van V.E.S.
2..De (verdere) beoordeling
- dat de werkzaamheden zoals vermeld op factuur E-064 niet dezelfde werkzaamheden zijn als reeds gefactureerd op factuur E-042;
- dat V.E.S. álle werkzaamheden/uren zoals vermeld op factuur E-067 heeft uitgevoerd;
- dat zij de werkzaamheden, zoals vermeld op facturen E-068 en E-069, in opdracht van SBV én daadwerkelijk heeft uitgevoerd;
- zij de werkzaamheden, zoals vermeld op facturen E-070 en E-072, in opdracht van SBV heeft uitgevoerd.
- factuur E-065 ten bedrage van ANG 4.770,00;
- een gedeelte van factuur E-067 ten bedrage van ANG 2.953,58.
- dat V.E.S. is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst én dat SBV daardoor schade ter hoogte van € 9.769,30 heeft geleden;
- dat zij factuur E-049 aan V.E.S. heeft betaald zonder rechtsgrond daartoe.
3..De beslissing
- € 1.083,99 aan verschotten;
- € 436,00 aan salaris voor de gemachtigde;