Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..Feiten
3..Het geschil
4..De beoordeling
5..De beslissing
:
Rechtbank Rotterdam
Mobility Fleet huurde een bedrijfsruimte van eiseres van 1 oktober 2019 tot 1 oktober 2020. Na afloop van de huurovereenkomst stelde eiseres dat Mobility Fleet het gehuurde onrechtmatig onder zich hield in oktober en november 2020 en vorderde betaling van huur, boetes en incassokosten.
Mobility Fleet betwistte dit en stelde dat zij de sleutels op tijd had ingeleverd en slechts enkele zaken met instemming van eiseres had achtergelaten. Eiseres onderbouwde haar stellingen onvoldoende, met name over de feitelijke teruggave en de vermeende betalingsafspraak.
De rechtbank oordeelde dat het achterlaten van zaken met instemming geen onrechtmatig gebruik vormt en dat eiseres onvoldoende bewijs leverde voor haar vorderingen. De hoofdvordering en gerelateerde vorderingen werden afgewezen en eiseres werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van eiseres wordt afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.