Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Procesverloop
- betrokkene met haar advocaat;
- [naam verpleegkundig specialist] , verpleegkundig specialist, verbonden aan Yulius.
Rechtbank Rotterdam
De officier van justitie heeft een verzoek ingediend tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Het verzoekschrift met bijlagen werd ontvangen op 11 januari 2021. De mondelinge behandeling vond plaats op 20 januari 2021 via een beeld- en geluidverbinding, waarbij betrokkene en haar advocaat alsmede een verpleegkundig specialist werden gehoord. De officier van justitie was niet aanwezig tijdens de zitting.
De rechtbank constateerde dat de medische verklaring van 5 januari 2021, opgesteld door een psychiater, en de verklaring van de geneesheer-directeur van 6 januari 2021, beide bij het verzoek gevoegd, niet waren ondertekend. De advocaat van betrokkene stelde dat deze verklaringen niet voldeden aan de vereiste formaliteiten, waardoor het verzoek niet-ontvankelijk moest worden verklaard.
De rechtbank stelde vast dat de verklaringen niet aan de juridische vereisten voldeden en verklaarde het verzoek van de officier van justitie daarom niet-ontvankelijk. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open. De beschikking is mondeling gegeven op 20 januari 2021 en schriftelijk uitgewerkt en getekend op 2 februari 2021.
Uitkomst: Het verzoek tot zorgmachtiging wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege ontbrekende handtekeningen op medische verklaringen.