Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- de dagvaarding van 11 oktober 2021, met producties 1 tot en met 7,
- de producties 1 tot en met 4 van Boggi,
- de mondelinge behandeling, gehouden op 16 oktober 2021,
- de pleitaantekeningen van mr. Kneefel.
Rechtbank Rotterdam
In deze kortgedingprocedure vordert de verhuurder, maatschap Inro Maro, betaling van huur en servicekosten van de huurder, Boggi Holland B.V., over de maanden juni tot en met december 2021. De huurder voert aan dat vanwege de coronapandemie sprake is van onvoorziene omstandigheden en dat een omzetgerelateerde huurkorting moet worden toegepast.
De rechtbank oordeelt dat de huurder onvoldoende inzicht heeft gegeven in de onderliggende stukken van haar omzet en omzetprognoses, waardoor niet kan worden vastgesteld dat een huurkorting terecht is. Bovendien is de winkel sinds 28 april 2021 weer volledig open, waardoor geen sprake meer is van onvoorziene omstandigheden.
De vordering tot betaling van de huur, een boete wegens niet-betaling en buitengerechtelijke incassokosten wordt toegewezen. De huurder wordt tevens veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Boggi wordt veroordeeld tot betaling van achterstallige huur, boete en incassokosten aan Inro Maro.