ECLI:NL:RBROT:2021:10911

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
12 november 2021
Publicatiedatum
11 november 2021
Zaaknummer
ROT 20/3107
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:75 AwbWet dieren
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen boete Wet dieren

Verzoeker kreeg op 20 oktober 2017 een boete van €1.500,- opgelegd wegens een overtreding van de Wet dieren. Na bezwaar verklaarde de Minister dit bezwaar op 30 april 2020 ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit. Tijdens de zitting op 21 oktober 2021 gaf de Minister aan een herziene beslissing op bezwaar te zullen nemen, waarbij de boete zou worden ingetrokken.

Op 2 november 2021 werd deze herziene beslissing genomen en werd het bezwaar alsnog gegrond verklaard. Vervolgens trok verzoeker op 9 november 2021 het beroep in en verzocht om een proceskostenvergoeding. De rechtbank oordeelde dat het verzoek om proceskostenvergoeding niet tijdig was ingediend, omdat het formulier niet uiterlijk bij aanvang van de zitting was overlegd.

De rechtbank wees het verzoek daarom af. De boete werd herroepen omdat uit het rapport van bevindingen onvoldoende blijkt dat de overtreding is begaan. Het proceskostenverzoek werd desalniettemin afgewezen vanwege de niet-naleving van de termijn voor indiening van het formulier.

Uitkomst: Verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen wegens niet-tijdige indiening van het formulier, ondanks intrekking van de boete.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 20/3107
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 november 2021 als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht in de zaak tussen

[naam verzoeker] h.o.d.n. [naam bedrijf], te [plaatsnaam], verzoeker,

gemachtigde: [naam 1],
en

de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder,

gemachtigde: mr. A.F. Kabiri.

Procesverloop

Bij besluit van 20 oktober 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder aan verzoeker een boete opgelegd van € 1.500,- vanwege een overtreding van de Wet dieren.
Bij besluit van 30 april 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek op de zitting heeft plaatsgevonden op 21 oktober 2021. Verzoeker heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, bijgestaan door [naam verzoeker]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, bijgestaan door [naam 2], senior toezichthoudend dierenarts van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).
Ter zitting heeft verweerder te kennen gegeven dat er een herziene beslissing op bezwaar zal volgen en dat de boete zal worden ingetrokken.
Op 2 november 2021 heeft verweerder een herziene beslissing op bezwaar genomen waarbij het bezwaar van verzoeker alsnog gegrond is verklaard.
Op 9 november 2021 heeft verzoeker het beroep ingetrokken en de rechtbank verzocht om verweerder in de proceskosten te veroordelen. Bij de intrekking van het onderhavige beroep heeft verzoeker een ingevuld “formulier proceskosten” gevoegd.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan aan de indiener daarvan geheel of gedeeltelijk is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in de kosten worden veroordeeld.
2. In de nieuwe beslissing op bezwaar van 2 november 2021 heeft verweerder het bestreden besluit herzien en het primaire besluit herroepen. Hiermee is de boete van
€ 1.500,- komen te vervallen. De reden hiervoor is dat achteraf bezien uit het rapport van bevindingen van 4 augustus 2017 niet kan worden afgeleid dat verzoeker de vermeende overtreding heeft begaan. Uit de beschrijving in het rapport van de twee uitgevoerde letseltellingen blijkt niet welke kleur de bloedingen hadden en wat de omvang hiervan was. Verder staat in dit rapport ook niet expliciet dat is geteld volgens Bijlage 2, Registratieformulier letseltelling pluimveeslachthuis. Daarnaast is volgens verweerder van belang dat het door de toezichthouder ingevulde letseltellingsformulier van 24 juli 2017 ten onrechte niet aan het dossier is toegevoegd.
Gelet hierop is verweerder in deze herziene beslissing op bezwaar aan verzoeker tegemoetgekomen.
3. De rechtbank ziet evenwel in dit geval geen aanleiding om het verzoek om een proceskostenveroordeling toe te wijzen, nu verzoeker dit verzoek niet tijdig heeft ingediend. Verzoeker heeft immers niet uiterlijk op de dag van de zitting het ingevulde “formulier proceskosten” bij de rechtbank ingediend, maar dit pas bij zijn intrekkingsverklaring ingediend. Bij de uitnodigingsbrief voor de zitting, die de rechtbank op 14 september 2021 aan verzoeker heeft gestuurd, heeft de rechtbank “het formulier proceskosten” gevoegd waarbij ook een toelichting op dit formulier is gegeven. In deze toelichting staat dat verzoeker het ingevulde proceskostenformulier zo spoedig mogelijk aan de rechtbank dient op te sturen of uiterlijk bij aanvang van de zitting aan de griffier dient te overhandigen. Dit heeft verzoeker nagelaten.
4. De rechtbank wijst het verzoek om een proceskostenvergoeding af.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om een vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.S. Flikweert, rechter, in aanwezigheid van
P. Deinum, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 12 november 2021.
griffier rechter
De rechter is verhinderd te tekenen
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven