ECLI:NL:RBROT:2021:10850

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
5 november 2021
Publicatiedatum
10 november 2021
Zaaknummer
C/10/627072 / FA RK 21-7749
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 WvggzArtikel 2 lid 1 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek zorgmachtiging op grond van zelfbindingsverklaring

De officier van justitie verzocht de rechtbank Rotterdam om een zorgmachtiging te verlenen op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Betrokkene had echter een zelfbindingsverklaring opgesteld waarin afspraken over medicatie en zorg zijn vastgelegd. Tijdens de mondelinge behandeling, die via een beeld- en geluidverbinding plaatsvond, was de advocaat van betrokkene aanwezig, maar de officier van justitie niet.

De rechtbank kon aanvankelijk de zelfbindingsverklaring niet inzien omdat deze niet was toegezonden, waardoor de zaak werd aangehouden. Na ontvangst van de verklaring op 28 oktober 2021 bleek dat betrokkene akkoord ging met de voorwaarden gesteld door de zorgaanbieder Antes. De psychiater gaf aan dat er op dat moment geen noodzaak was voor een zorgmachtiging.

Op basis hiervan besloot de rechtbank het verzoek tot zorgmachtiging af te wijzen. Tegen deze beschikking staat cassatie open. De uitspraak werd gedaan op 5 november 2021 door rechter C.N. Melkert, in aanwezigheid van griffier S.M. Plaisier-van Welie.

Uitkomst: Het verzoek tot zorgmachtiging wordt afgewezen vanwege een geldige zelfbindingsverklaring en geen noodzaak voor verplichte zorg.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/627072 / FA RK 21-7749
Referentienummer: [nummer]
Beschikking van 5 november 2021 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum betrokkene] , [geboorteplaats betrokkene] , [geboorteland betrokkene] ,
hierna: betrokkene,
wonende te [woonplaats betrokkene] ,
thans verblijvende te Poortugaal,
advocaat mr. M.C. Bekkering te Rotterdam.

1..Procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 15 oktober 2021.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • de medische verklaring opgesteld door [naam psychiater] , psychiater, van 11 oktober 2021;
  • het zorgplan van 28 september 2021;
  • de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;
  • de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;
  • de relevante politiegegevens en strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene;
  • de zelfbindingsverklaring van 28 oktober 2021.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 26 oktober 2021. Bij die gelegenheid is (overeenkomstig artikel 2 lid 1 van Pro de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid) via een beeld- en geluidverbinding gehoord:
- voornoemde advocaat.
1.3.
De officier is niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2..Beoordeling

2.1.
De Wvggz biedt betrokkenen de mogelijkheid om een zelfbindingsverklaring op te stellen waarin afspraken over medicatie gemaakt kunnen worden, zodat een zorgmachtiging niet nodig is of er rekening gehouden kan worden met de wensen van betrokkene bij het bepalen van de vormen van zorg. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene een zelfbindingsverklaring heeft opgesteld. De rechtbank heeft echter geen kennis kunnen nemen van de zelfbindingsverklaring omdat die verklaring niet aan de rechtbank is toegezonden. De rechtbank heeft om die reden de zaak aangehouden. Op 28 oktober jl. heeft de rechtbank de opgestelde zelfbindingsverklaring van betrokkene ontvangen. Hierin gaat betrokkene akkoord met de door Antes gestelde voorwaarden en middels een begeleidend schrijven geeft de psychiater aan dat om genoemde reden de zorgmachtiging thans niet noodzakelijk is.
2.2.
De rechtbank zal het verzoek om die reden afwijzen.

3..Beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is op 5 november 2021 gegeven door mr. C.N. Melkert, rechter, in tegenwoordigheid van S.M. Plaisier-van Welie, griffier.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.