Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
[verblijfadres] , [postcode] te [verblijfplaats verdachte] ( [land] ),
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaar met aftrek van voorarrest.
4..Waardering van het bewijs
Gebeurtenissen op 7 april 2020Uit onderzoek naar de bij verdachte en [naam medeverdachte 5] aangetroffen PGP-telefoons blijkt dat zij een week eerder, op 7 april 2020, in opdracht van [naam Encrochat-account] vanuit België naar Nederland zijn gereisd en op een parkeerplaats in Maastricht hebben gewacht totdat zij moesten gaan werken. Zij zijn toen onverrichter zake weer naar huis gegaan, omdat de containers niet waren gekomen. [naam Encrochat-account] liet hen vervolgens weten in België te wachten op nieuwe instructies. De verdachte heeft geen verklaring gegeven voor zijn reis naar Nederland op 7 april 2020. De rechtbank leidt uit voornoemde omstandigheden af dat het de bedoeling was dat de verdachte en [naam verdachte] al op 7 april 2020 hun werkzaamheden in deze containers zouden moeten verrichten, die immers toen al in de haven van Rotterdam waren aangekomen maar werden opgehouden in verband met een douanecontrole.
5..Strafbaarheid feit
6..Strafbaarheid verdachte
7..Motivering straf
8..Toepasselijke wettelijke voorschriften
9..Bijlagen
10..Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren;