Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het in de zaak 10/180753-21 onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde;
- bewezenverklaring van het in de zaak 10/322992-20 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en met bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering;
- verbeurdverklaring van het bij de verdachte in beslag genomen muntgeld met een totale waarde van 61 euro.
4..Waardering van het bewijs
en
en
en
ZReihe met kenteken [kentekennummer 7] ), en- [naam 8] (houder van personenauto met kenteken [kentekennummer 8] ), en- [naam 9] (eigenaar van BMW met Duits kenteken [kentekennummer 9] ), en
eenpaspoort en meerdere koptelefoons en een hoeveelheid geld, en
ZReihe met kenteken [kentekennummer 7] ), en- [naam 8] (eigenaar/houder van (personen)auto met kenteken [kentekennummer 8] ), en- [naam 9] (eigenaar van BMW met (Duits) kenteken [kentekennummer 9] ), en
5..Strafbaarheid feiten
6..Strafbaarheid verdachte
7..Motivering straf
8..In beslag genomen voorwerpen
9..Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen
10.. Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.. Bijlagen
12.. Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 180 (honderdtachtig) dagen;
80 (tachtig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
2 (twee) jaar;
- verklaart verbeurd als bijkomende straf voor de feiten 1 en 3: 61 Euro;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 1] te betalen
€ 135,00(hoofdsom,
zegge: honderdvijfendertig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 juli 2021 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 135,00 niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
2 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
€ 364,88 (zegge: driehonderdvierenzestig euro en achtentachtig cent), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 7 juli 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 2] te betalen
€ 364,88(hoofdsom,
zegge: driehonderdvierenzestig euro en achtentachtig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 juli 2021 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 364,88 niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
7 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
telkens een raam van voornoemde auto’s heeft geforceerd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;