Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..De procedure
- verzoekster;
- de heer E. Fransen en mevrouw M. Schefferlie, werkzaam bij Kredietbank Rottedam (hierna: schuldhulpverlening).
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster diende een verzoek in op grond van artikel 287a Faillissementswet om een schuldeiser te dwingen in te stemmen met een schuldregeling die zij aan haar schuldeisers had aangeboden. Deze regeling voorzag in een betaling van 7,07% van de totale schuldenlast, gebaseerd op haar huidige Ziektewetuitkering en een prognose van toekomstige inkomsten. Elf schuldeisers stemden in, maar één schuldeiser, met een vordering van 9,9% van de totale schuld, weigerde.
De rechtbank overwoog dat het belang van de schuldeiser bij volledige betaling begrijpelijk is, maar dat de regeling door een onafhankelijke partij was getoetst en goed gedocumenteerd was. Verzoekster heeft zich voldoende ingespannen om haar situatie te verbeteren en verwacht binnenkort weer fulltime te kunnen werken. De rechtbank achtte het voorstel het uiterste wat van verzoekster verwacht kan worden.
De rechtbank concludeerde dat de belangen van verzoekster en de overige schuldeisers die instemden, zwaarder wegen dan het belang van de schuldeiser die weigert. Daarom werd het verzoek toegewezen, waarbij de schuldeiser werd veroordeeld in de proceskosten en het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling werd afgewezen.
Uitkomst: Verzoek tot dwangakkoord wordt toegewezen en schuldeiser wordt veroordeeld in de kosten.