De gecertificeerde instelling (GI) heeft verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van vier minderjarige kinderen, wonende bij hun moeder in Rotterdam. Hoewel de moeder positieve stappen heeft gezet, zoals het verkrijgen van een eigen woning en het afronden van een opleiding, blijft er sprake van een instabiele opvoedsituatie door haar cognitieve beperkingen en onvoldoende voortgang in de hulpverlening.
De moeder oefent het ouderlijk gezag uit over drie van de kinderen, samen met de vader over het jongste kind. De GI benadrukt dat de moeder structurele opvoedingsondersteuning nodig heeft en dat de overdracht van begeleiding van het wijkteam naar een andere instantie zorgvuldig moet verlopen. De moeder erkent verbeteringen, maar twijfelt aan de noodzaak van hulpverlening vanwege eerdere ervaringen.
De kinderrechter concludeert dat het wettelijke criterium voor verlenging van de ondertoezichtstelling is vervuld, mede omdat de overdracht van hulpverlening nog niet heeft plaatsgevonden en de moeder mogelijk niet volledig openstaat voor ondersteuning. Daarom wordt de ondertoezichtstelling met zes maanden verlengd, met de nadruk op het toezien op acceptatie van hulpverlening en een zorgvuldige overdracht.