ECLI:NL:RBROT:2020:9987

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
20 juli 2020
Publicatiedatum
6 november 2020
Zaaknummer
C/10/599635 / FA RK 20-4856
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 WzdArt. 24 lid 1 WzdArt. 3.2.3 Wet langdurige zorgArtikel 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek rechterlijke machtiging opname en verblijf psychogeriatrische cliënt

Het Centraal Indicatieorgaan Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank Rotterdam om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van een cliënt met een psychogeriatrische aandoening (dementie) op grond van artikel 26 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd).

De rechtbank heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de criteria dat het gedrag van de cliënt als gevolg van zijn aandoening moet leiden tot ernstig nadeel, dat opname noodzakelijk is om dit te voorkomen en dat er geen minder ingrijpende middelen beschikbaar zijn.

Hoewel de cliënt lijdt aan dementie die tot ernstig nadeel kan leiden, bleek uit de mondelinge behandeling dat de cliënt zich niet verzet tegen opname en verblijf. De arts bevestigde dat cliënt goed benaderbaar is en geen hard verzet toont. De rechtbank concludeerde daarom dat de machtiging niet nodig is en wees het verzoek af.

De zitting vond telefonisch plaats vanwege COVID-19 maatregelen, waarbij cliënt en zijn advocaat en een specialist ouderengeneeskunde werden gehoord. Tegen de beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Het verzoek tot rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wordt afgewezen omdat cliënt zich niet verzet en vrijwillig verblijft.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/599635 / FA RK 20-4856
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 20 juli 2020 betreffende een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in artikel 26 van Pro de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (hierna: Wzd)
op verzoek van:
CIZ,
met betrekking tot:
[naam cliënt],
geboren op [geboortedatum cliënt] , [geboorteplaats cliënt] ,
hierna: cliënt,
wonende te [adres cliënt] , [woonplaats cliënt] ,
thans verblijvende in Laurens, locatie Stadszicht, te Rotterdam
advocaat mr. Ch.J. Nicolaï te Rotterdam.

1..Procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van het CIZ, ingekomen ter griffie op 3 juli 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
 het indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 27 november 2019;
 de medische verklaring, opgesteld en ondertekend door [naam 1] , arts, van 17 juni 2020;
 de aanvraag voor een rechterlijke machtiging van 2 juli 2020;
 de verklaring van de zorgaanbieder Laurens van de accommodatie waarin cliënt is opgenomen van 17 juni 2020; en
 het zorgplan van 22 juni 2020.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 20 juli 2020. Bij die gelegenheid zijn overeenkomstig artikel 2 Tijdelijke Pro wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen telefonisch gehoord, omdat het houden van een fysieke zitting vanwege de aan het veiligheidsrisico aan het coronavirus niet mogelijk was:
  • cliënt met zijn hierboven genoemde advocaat; en
  • [naam 2] , specialist ouderengeneeskunde, verbonden aan Laurens.

2..Beoordeling

2.1.
De rechter kan op verzoek van het CIZ een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een geregistreerde accommodatie verlenen als bedoeld in artikel 24 lid 1 Wzd Pro. De machtiging kan slechts worden verleend indien naar het oordeel van de rechter het gedrag van de cliënt als gevolg van zijn psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap, dan wel als gevolg van een daarmee gepaard gaande psychische stoornis of een combinatie daarvan leidt tot ernstig nadeel. Daarnaast zijn de opname en het verblijf noodzakelijk om het nadeel te voorkomen of af te wenden en zijn er geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
2.2.
Weliswaar is gebleken dat er ten aanzien van cliënt sprake is van een psychogeriatrische aandoening (dementie) en dat deze aandoening (kan) leiden tot ernstig nadeel, maar niet is gebleken dat er sprake is van verzet tegen de opname en het verblijf bij de zorgaanbieder. Tijdens de mondelinge behandeling verklaart cliënt dat hij geen bezwaar heeft tegen het verblijf in de accommodatie. Volgens de arts is cliënt goed benaderbaar en is er geen sprake van hard verzet. De rechtbank stelt daarmee vast dat cliënt zich niet verzet tegen de opname en het verblijf op de gesloten afdeling. Gelet op het voorgaande wordt het verzoek afgewezen.

3..Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze beschikking is op 20 juli 2020 mondeling gegeven door mr. A.C. Hendriks, rechter, in tegenwoordigheid van S.M. Plaisier-van Welie, griffier en op 27 juli 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.