Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Procesverloop
- cliënt met zijn hierboven genoemde advocaat; en
- [naam 2] , specialist ouderengeneeskunde, verbonden aan Laurens.
Rechtbank Rotterdam
Het Centraal Indicatieorgaan Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank Rotterdam om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van een cliënt met een psychogeriatrische aandoening (dementie) op grond van artikel 26 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd).
De rechtbank heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de criteria dat het gedrag van de cliënt als gevolg van zijn aandoening moet leiden tot ernstig nadeel, dat opname noodzakelijk is om dit te voorkomen en dat er geen minder ingrijpende middelen beschikbaar zijn.
Hoewel de cliënt lijdt aan dementie die tot ernstig nadeel kan leiden, bleek uit de mondelinge behandeling dat de cliënt zich niet verzet tegen opname en verblijf. De arts bevestigde dat cliënt goed benaderbaar is en geen hard verzet toont. De rechtbank concludeerde daarom dat de machtiging niet nodig is en wees het verzoek af.
De zitting vond telefonisch plaats vanwege COVID-19 maatregelen, waarbij cliënt en zijn advocaat en een specialist ouderengeneeskunde werden gehoord. Tegen de beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wordt afgewezen omdat cliënt zich niet verzet en vrijwillig verblijft.