Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Procesverloop
- de hierboven genoemde advocaat van verzoekster;
- [naam mentor] , mentor van betrokkene;
- [naam juridisch adviseur] , juridisch adviseur, namens gemeente Rotterdam.
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft een verzoek tot schadevergoeding ingediend tegen de burgemeester van Rotterdam wegens een vermeende onvolledige beschikking tot inbewaringstelling op grond van de Wet zorg en dwang (Wzd). De vrijheidsbeneming vond plaats na een beschikking die volgens verzoekster ondeugdelijk was, wat zou hebben geleid tot angst en spanning.
De rechtbank heeft beoordeeld dat hoewel de beschikking van de burgemeester onvolledig was, deze in samenhang met de medische verklaring moet worden gelezen. De medische verklaring bevatte voldoende informatie over het ontbreken van ziekte-inzicht, weigering van medicatie, onvoldoende effect van thuiszorg, en de noodzaak van opname binnen 24 uur, waarmee voldaan werd aan de criteria van artikel 29 Wzd Pro.
Verder wees de rechtbank het argument af dat de geldigheidsduur van de inbewaringstelling in de beschikking vermeld moest worden, aangezien dit niet wettelijk is voorgeschreven in de Wzd. Het verzoek tot schadevergoeding werd daarom afgewezen. De gemeente heeft toegezegd het format van de beschikking aan te passen om de ontbrekende punten te verduidelijken.
Uitkomst: Verzoek tot schadevergoeding wegens onvolledige beschikking inbewaringstelling wordt afgewezen.