Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 40 maanden met aftrek van voorarrest;
- oplegging van een vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht inhoudende een contactverbod, voor de duur van 2 jaar;
- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij;
- beëindiging van de schorsing van het bevel voorlopige hechtenis.
4..Waardering van het bewijs
5..Strafbaarheid feiten
4.diefstal
6..Strafbaarheid verdachte
7..Motivering straf
8..Vorderingen benadeelde partij / schadevergoedingsmaatregel
9..Toepasselijke wettelijke voorschriften
10..Bijlagen
11..Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 45 dagen;
€ 1.352,38 (zegge: dertienhonderd tweeënvijftig euro en achtendertig cent), bestaande uit materiële schade te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 7 juni 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam slachtoffer] te betalen
€ 1.352,38 (zegge: dertienhonderd tweeënvijftig euro en achtendertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 juni 2020 tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom te vervangen door
23 dagen gijzeling. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.