Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- vrijspraak van de ten laste gelegde moord en bewezenverklaring van de ten laste gelegde doodslag;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van tien jaren met aftrek van voorarrest, en
- oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling (TBS) met dwangverpleging.
4..Waardering van het bewijs
5..Strafbaarheid feit
6..Strafbaarheid verdachte
7..Motivering straf en maatregel
wildemeewerken, maar dat hij door lichamelijke klachten - kiespijn - niet
konmeewerken. Met psycholoog Haveman stelt de rechtbank vast dat de feitelijke weigering van de verdachte om mee te werken, moeilijk invoelbaar is. Dit geldt in het bijzonder voor zijn weigering toegang te geven tot zijn medische dossier. Tegelijk stelt de rechtbank vast dat psycholoog Haveman en psychiater Kruisdijk niet kunnen uitsluiten dat de weigering om mee te werken pathologisch is, dus samenhangt met onderliggende psychische problemen.
- De veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen of goederen eisen de terbeschikkingstelling van de verdachte met verpleging van overheidswege. Dat oordeel is gegrond op de ernst en aard van het bewezen verklaarde feit en het gevaar voor herhaling. Verwezen wordt naar het voorgaande.
- Vastgesteld wordt dat het bewezen verklaarde feit, ter zake waarvan de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege zal worden opgelegd, een misdrijf betreft als bedoeld in artikel 37a, eerste lid, aanhef en onder 2, Wetboek van Strafrecht.
- Vastgesteld wordt dat het strafbare feit ter zake waarvan de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege zal worden opgelegd een misdrijf betreft dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen. Daartoe zijn de aard en de kwalificatie van het bewezen verklaarde feit redengevend. De totale duur van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege kan daarom een periode van vier jaar te boven gaan.
8..Vorderingen benadeelde partijen / schadevergoedingsmaatregelen
9..Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.. Bijlagen
11..Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van zes jaren;
ter beschikking wordt gesteld;
van overheidswege wordt verpleegd;
€ 48.997,67 (zegge: achtenveertigduizend negenhonderdzevenennegentig euro en zevenenzestig cent), bestaande uit € 3.997,67 aan materiële schade en € 45.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 15 maart 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 1] te betalen
€ 48.997,67 (zegge: achtenveertigduizend negenhonderdzevenennegentig euro en zevenenzestig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 15 maart 2019 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom kan
1 dag gijzelingworden opgelegd; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;