Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaar met aftrek van voorarrest.
4..Waardering van het bewijs
De rechtbank gaat er daarom van uit dat de verdachte op 14 februari heeft verklaard wat er in het proces-verbaal staat, namelijk dat hij wist dat er personen in de vrachtwagen zouden worden geladen.
Wacht maar, straks zijn we ervan af, broer. Het duurt niet lang meer/we moeten nog naar even. (…) Nu, nu... alles moet goed uitpakken.” De verdachte heeft daarop geantwoord met: “
Zodat het ons ook eens een keer meezit.”
De officier van justitie heeft ter terechtzitting gesteld dat de heer [naam vreemdeling] daarmee een luik tussen de drie boven elkaar gelegen compartimenten binnen de verborgen ruimte moet hebben bedoeld.
“Bij ons zat een raampje dat dicht was geschroefd. Bij ons in de ruimte zat een luikje. Als de trailer dicht ging werd het donker, als ie open was kwam er licht doorheen. (…) Ja, als we het luikje open schroefde konden we even naar de andere ruimte in de trailer. (…) We zijn verder niet uit de trailer gegaan. Voor mij was een luikje en als je het schroefje losmaakte dan kon je naar de andere ruimte
,die doorreis en dat verblijf wederrechtelijk waren, endit feit werd begaan in de uitoefening van zijn beroep (als vrachtwagenchauffeur).
5..Strafbaarheid feit
6..Strafbaarheid verdachte
7..Motivering straf
8..Toepasselijke wettelijke voorschriften
9..Bijlagen
10..Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 48 (achtenveertig) maanden;