Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
beschikking
[naam kind] ,
[naam moeder] ,
[naam vader] ,
Het procesverloop
- een vertegenwoordigster van de GI, [naam vertegenwoordigster] .
De feiten
Het verzoek
De standpunten
De beoordeling
De beslissing
Den Haag.
Rechtbank Rotterdam
De gecertificeerde instelling verzocht om een machtiging voor gesloten jeugdhulp voor een kwetsbaar meisje dat zich onttrekt aan behandeling en grensoverschrijdend gedrag vertoonde. Het kind verblijft sinds juli 2020 bij haar vader, die geen hulpverlening wenst. De moeder en het kind zelf verzetten zich tegen de gesloten plaatsing, stellende dat het kind positieve stappen zet met opleiding en werk.
De kinderrechter oordeelt dat een machtiging gesloten jeugdhulp slechts kan worden verleend indien ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen de ontwikkeling ernstig belemmeren en opname noodzakelijk is om onttrekking te voorkomen. Hoewel zorgen blijven bestaan over de sociaal-emotionele ontwikkeling en thuissituatie, zijn recente positieve ontwikkelingen zichtbaar. Een gesloten plaatsing zou deze ontwikkeling en het school- en werktraject belemmeren.
De kinderrechter acht het daarom niet in het belang van het kind om de machtiging te verlenen en wijst het verzoek af. Wel wordt benadrukt dat het kind en de vader hulpverlening moeten accepteren en contact moeten houden met de gecertificeerde instelling om de positieve ontwikkeling voort te zetten. De beschikking is op 15 september 2020 mondeling gegeven door kinderrechter K.J. van den Herik.
Uitkomst: Het verzoek om machtiging gesloten jeugdhulp wordt afgewezen vanwege recente positieve ontwikkelingen en het belang van het kind bij voortzetting van school en werk.