Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- vrijspraak van het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde;
- bewezenverklaring van het onder 1 meer subsidiair en 2 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden met aftrek van voorarrest.
4..Waardering van het bewijs
op15 april 2020 te Ridderkerk en te Rotterdam opzettelijk gelegenheid
enmiddelen heeft verschaft en opzettelijk behulpzaam is geweest door
5..Strafbaarheid feiten
6..Strafbaarheid verdachte
7..Motivering straf
8..Vordering benadeelde partij/schadevergoedingsmaatregel
9..Toepasselijke wettelijke voorschriften
10..Bijlagen
11..Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) maanden;
€ 1.371,42 (zegge: dertienhonderdeenenzeventig euro en tweeënveertig cent), bestaande uit € 371,42 aan materiële schade en € 1.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 15 april 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;
maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen
€ 1.371,42(hoofdsom,
zegge: dertienhonderdeenenzeventig euro en tweeënveertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 april 2020 tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom te vervangen door
23 (drieëntwintig) dagen gijzeling. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;