ECLI:NL:RBROT:2020:8136

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
9 juli 2020
Publicatiedatum
16 september 2020
Zaaknummer
C/10/599875 / FA RK 20-4963
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 37 WzdArt. 2 lid 1 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en VeiligheidArt. 3.2.3 Wet langdurige zorg
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek machtiging voortzetting inbewaringstelling wegens vrijwilligheid en ontbreken ernstig nadeel

Het CIZ verzocht de rechtbank Rotterdam om een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van een cliënt in een zorginstelling op grond van artikel 37 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd). De cliënt verblijft in Aafje Koningshof te Rotterdam en werd vertegenwoordigd door een advocaat.

Tijdens de mondelinge behandeling op 9 juli 2020, waarbij de cliënt en een specialist ouderengeneeskunde via beeld- en geluidverbinding werden gehoord, bleek dat de cliënt een stoornis heeft. Echter, er was geen onmiddellijk dreigend ernstig nadeel aanwezig. De cliënt gaf aan zich goed te voelen en was rustig en meewerkend. De specialist verklaarde dat een eerdere agressie aanleiding was voor de aanvraag, maar dat daarna geen agressie meer was geweest.

De rechtbank concludeerde dat er geen voldoende onderbouwing was voor een ander onmiddellijk dreigend ernstig nadeel dat een machtiging zou rechtvaardigen. Gezien het ontbreken van verzet en het vrijwillige karakter van het verblijf, was een gedwongen opname niet noodzakelijk. Daarom werd het verzoek afgewezen.

De beschikking werd mondeling gegeven op 9 juli 2020 en schriftelijk uitgewerkt op 13 juli 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Het verzoek tot machtiging voortzetting inbewaringstelling is afgewezen wegens vrijwilligheid en ontbreken van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/599875 / FA RK 20-4963
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 9 juli 2020 betreffende een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van Pro de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (hierna: Wzd)
op verzoek van:
CIZ,
met betrekking tot:
[naam cliënt],
geboren op [geboortedatum cliënt] ,
hierna: cliënt,
wonende en verblijvende in Aafje Koningshof te Rotterdam,
advocaat mr. J.J. Boelaars te Rotterdam.

1..Procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van het CIZ, ingekomen ter griffie op 7 juli 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
 de beschikking van de burgemeester van 6 juli 2020;
 de verklaring van [naam arts] , arts, van 6 juli 2020; en
 het indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg d.d. 4 mei 2020.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 9 juli 2020. Bij die gelegenheid zijn (overeenkomstig artikel 2 lid 1 van Pro de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid) via beeld- en geluidverbinding gehoord:
 cliënt met advocaat mr. L.A. Middelkoop, namens de hierboven genoemde advocaat;
 [naam] , specialist ouderengeneeskunde, verbonden aan Aafje Koningshof.

2..Beoordeling

De rechtbank is van oordeel dat er sprake is van een stoornis. Het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel is echter niet aanwezig en er is voorts sprake van vrijwilligheid. Tijdens de zitting geeft cliënt aan dat het heel goed met hem gaat, ook in de instelling. De specialist ouderengeneeskunde licht toe dat er een paar dagen eerder, na een overplaatsing, sprake was van agressie, waardoor er een inbewaringstelling is aangevraagd. Echter, na dit incident is er, de afgelopen dagen, geen sprake meer geweest van agressie. Ook is niet (voldoende) onderbouwd dat er sprake is van een andere vorm van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel waarvoor een machtiging noodzakelijk is. Bovendien is er geen sprake van verzet, cliënt is nu rustig en meewerkend. Een gedwongen opname is niet nodig. Gelet op het voorgaande wordt het verzoek afgewezen.

3..Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze beschikking is op 9 juli 2020 mondeling gegeven door mr. A.C. Hendriks, rechter, in tegenwoordigheid van M. Streefland, griffier en op 13 juli 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.