Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1 primair ten laste gelegde, met uitzondering van het medeplegen en het bestanddeel “uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking of beroep” en bewezenverklaring van het onder 2 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 uren met aftrek van het voorarrest en een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar met als bijzondere voorwaarde de oplegging van een contactverbod met de bestuursleden van [naam stichting] .
4..Waardering van het bewijs
Stichting heeft aangeschaft gerelateerd zijn aan en bestemd waren voor de Stichting. Hij heeft zich dus geen geldbedragen en goederen wederrechtelijk toegeëigend. Gelet op de statuten had de verdachte als bestuurder/penningmeester toestemming om deze uitgaven te doen. Voorts kan niet wettig en overtuigend bewezen worden dat de verdachte in persoonlijke dienstbetrekking stond, omdat er geen sprake was van ondergeschiktheid nu de verdachte deel uitmaakte van het bestuur van de Stichting.
€ 2.312,84, zo blijkt uit het proces-verbaal van bevindingen met documentcode [documentcode 2] . De verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij een deel van de goederen die hij kocht bij Hornbach heeft gebruikt voor zichzelf. Los van een betaling die is gedaan nadat de pinpas van de verdachte is geblokkeerd, is volgens de aangeefster voor
€ 2.120,85 aan aankopen gedaan ten behoeve van de Stichting. Ten aanzien van het resterende bedrag van € 191,99 is niet aannemelijk geworden dat de verdachte zich dit niet wederrechtelijk heeft toegeëigend.
€ 8.550,70 door de verdachte wederrechtelijk weggenomen. Er is door de verdediging geen verweer gevoerd ten aanzien van de supermarktkosten. Daarmee is niet aannemelijk geworden dat de verdachte dit niet voor privégebruik heeft aangewend, zodat wettig en overtuigend bewezen is dat dit bedrag door hem is verduisterd.
€ 10.244,85 niet aan de Stichting ten goede zijn gekomen, maar aan de verdachte in privé. De verdediging heeft bepleit dat de verdachte de ambulance vooral heeft gebruikt ten behoeve van zijn werkzaamheden voor de Stichting, zoals het vervoeren van verzorgingsartikelen, houtsnippersgrit en boodschappen. Deze ritten zijn ook in het belang van het dierenasiel en dat is mede waarvoor de ambulance gebruikt mag worden, aldus het handboek voor het gebruik van de dierenambulance. Daarnaast maakte hij onderweg opnames die later werden gebruikt ter promotie. De rechtbank acht voldoende aannemelijk dat de verdachte de dierenambulance grotendeels zakelijk heeft gebruikt en de benzinekosten dus zijn gemaakt ten behoeve van de Stichting. Hoewel de verdachte de ambulance mogelijk deels ook privé heeft gebruikt, kan op basis van de stukken in het dossier niet met de wettelijke vereiste mate van zekerheid worden vastgesteld of, en zo ja, in hoeverre de benzinekosten ten behoeve van de verdachte in privé zijn gemaakt. Dit betekent dat niet is bewezen dat de verdachte het geld dat aan benzine is besteed, heeft verduisterd.
€ 1.394,71 en € 9.376,48 verduisterd.
€ 37.384,06
30 april 2018te Nieuw-Lekkerland, gemeente Molenlanden, in elk geval in Nederland, meermalen opzettelijk geldbedragen (van in totaal
37.384,06 euro), toebehorende aan [naam stichting] , en welke
geldbedragenverdachte als bestuurder en/of penningmeester onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;
op20 februari 2019 te Krimpen aan den IJssel,
voorhandenheeft gehad en
5..Strafbaarheid feiten
1..
verduistering, meermalen gepleegd
2..
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd
6..Strafbaarheid verdachte
7..Motivering straffen
8..In beslag genomen voorwerpen
9..Vordering benadeelde partij / schadevergoedingsmaatregel
10.. Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.. Bijlagen
12..Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden;
240 (tweehonderdveertig) uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;
234 (tweehonderdvierendertig) urente verrichten taakstraf resteert;
- gelast de teruggave aan verdachte van: een geldbedrag ter hoogte van € 585,00;
€ 37.384,06 (zegge: zevenendertigduizend driehonderdvierentachtig euro en zes cent), bestaande uit materiële schade te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 30 april 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;
maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen
€ 37.384,06 (hoofdsom, zegge: zevenendertigduizend driehonderdvierentachtig euro en zes cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 april 2018 tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom te vervangen door
221 dagen gijzeling. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;