Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- de dagvaarding met producties van 31 maart 2020;
- de aantekeningen van de griffier van de telefonische reactie van [gedaagde] ;
- het tussenvonnis van 25 mei 2020, waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 11 juni 2020;
- de akte houdende uitlatingen met een productie van Vestia van 17 juni 2020;
- de diverse e-mails en brieven van [gedaagde] met bijlagen;
- de akte houdende uitlatingen met een productie van Vestia van 12 augustus 2020;
2..De vaststaande feiten
3..De vordering
- dat de huurovereenkomst tussen Vestia en [gedaagde] wordt ontbonden en dat [gedaagde] wordt veroordeeld om het gehuurde binnen drie dagen te ontruimen;
- dat [gedaagde] wordt veroordeeld om aan Vestia € 2.838,55 te betalen, en de wettelijke rente over € 2.681,14, berekend vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van volledige betaling;
- dat [gedaagde] wordt veroordeeld om aan Vestia vanaf 1 april € 365,75 te betalen voor iedere maand (of een deel daarvan) dat [gedaagde] het gehuurde niet ontruimt;
- dat [gedaagde] wordt veroordeeld om de kosten van deze procedure te betalen.