De rechtbank Rotterdam behandelde op 7 januari 2020 een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van vijf minderjarige kinderen. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit, maar de kinderen vertonen tekenen van mishandeling en ernstige bedreiging van hun ontwikkeling.
De Raad stelde dat er sprake is van complexe problematiek, met een strafrechtelijk onderzoek tegen de moeder wegens mishandeling van een van de kinderen. Forensisch onderzoek toonde niet-accidenteel letsel bij alle kinderen. De moeder erkende mishandeling van een kind, maar ontkende de ernst en toedracht. De gecertificeerde instelling ondersteunde het verzoek en benadrukte de noodzaak van intensieve hulpverlening en voortzetting van de uithuisplaatsing.
De moeder verzocht om opheffing of beperking van de machtiging tot uithuisplaatsing en benadrukte haar bereidheid tot hulpverlening en een moeder-kind opname. De rechtbank oordeelde dat de veiligheid en ontwikkeling van de kinderen ernstig worden bedreigd en dat de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing noodzakelijk zijn. Tevens werd een bijzondere curator benoemd voor het kind dat slachtoffer is in de strafzaak, om belangenverstrengeling te voorkomen.
De beschikking stelt de vijf kinderen onder toezicht voor twaalf maanden, verleent machtigingen tot uithuisplaatsing voor negen maanden (vier kinderen) en zes maanden (één kind) en benoemt een bijzondere curator. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en de verzoeken van de moeder en de GI worden afgewezen.