Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Procesverloop
- cliënt met haar hierboven genoemde advocaat;
- [naam arts] , arts en [naam verzorger] , verzorgenden, beiden verbonden aan Aafje;
- [naam kleinzoon] , kleinzoon.
Rechtbank Rotterdam
Het CIZ verzocht de rechtbank Rotterdam om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van een cliënt met een psychogeriatrische aandoening, zoals bedoeld in artikel 26 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd).
De cliënt lijdt aan dementie en de ziekte van Alzheimer, wat leidt tot ernstig nadeel in de vorm van een aanzienlijk risico op ernstige verwaarlozing. De opname en het verblijf in een geregistreerde accommodatie zijn noodzakelijk en geschikt om dit nadeel te voorkomen. Er zijn geen minder ingrijpende alternatieven beschikbaar.
Hoewel de cliënt zich aanvankelijk verzette tegen opname, verklaarde zij tijdens de mondelinge behandeling vrijwillig te willen verblijven. Vanwege het grillige verloop van haar aandoening is de bestendigheid van deze vrijwilligheid nog onzeker. Daarom verleent de rechtbank de machtiging voor een kortere duur van vier maanden, met het oog op een mogelijke herbeoordeling.
De rechtbank weegt ook mee dat het bespreken van dergelijke verzoeken belastend kan zijn voor de cliënt, waardoor een kortetermijnherhaling niet in haar belang is. De beschikking is op 21 juli 2020 mondeling gegeven en op 23 juli 2020 schriftelijk uitgewerkt.
Uitkomst: De rechtbank verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor de duur van vier maanden.