Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
3..De vordering
4..De beoordeling
5..De beslissing
:
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak vordert eiseres, die samen met gedaagde een affectieve relatie had en samen twee minderjarige kinderen heeft, dat zij het exclusieve gebruik van de huurwoning krijgt toegewezen. Partijen zijn beiden contractueel huurder van de woning. De relatie is verbroken en de spanningen tussen partijen zijn hoog opgelopen, wat nadelig is voor de kinderen.
Eiseres beroept zich op artikel 7:267 lid 7 BW Pro en stelt dat haar belangen en die van de kinderen zwaarder wegen dan die van gedaagde bij het voortzetten van de huur. Gedaagde erkent de spanningen en het belang van eiseres bij het verblijf in de woning, maar verzoekt om redelijke tijd om een andere woning te vinden.
De kantonrechter oordeelt dat het spoedeisend belang aanwezig is en dat in een bodemprocedure de vordering van eiseres waarschijnlijk zal worden toegewezen. Daarom wordt de voorlopige voorziening verleend dat gedaagde binnen veertien dagen de woning moet verlaten en de sleutels moet overhandigen. Een dwangsom en het gebruik van de sterke arm worden afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd tussen partijen.
Uitkomst: Gedaagde moet binnen veertien dagen de huurwoning verlaten en de sleutels overhandigen aan eiseres.