ECLI:NL:RBROT:2020:7672

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
4 september 2020
Publicatiedatum
1 september 2020
Zaaknummer
8484758 CV EXPL 20-12966
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:43 BWArt. 6:119 BWZorgverzekeringswet
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsvordering zorgpremie Zilveren Kruis toegewezen

In deze zaak vordert Zilveren Kruis Zorgverzekeringen betaling van achterstallige zorgpremie van gedaagde over november en december 2019. Gedaagde erkent de niet-betaling van november 2019, maar betwist de premie over december 2019 en stelt deze reeds betaald te hebben.

Gedaagde overlegt een betaalbewijs van eind december 2019, maar Zilveren Kruis stelt dat deze betaling betrekking heeft op januari 2020, conform het betalingskenmerk en het bedrag. De kantonrechter volgt deze uitleg en oordeelt dat de premie over december 2019 niet is voldaan.

De vordering tot betaling van de premie, de wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten wordt daarom toegewezen. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van achterstallige premie, wettelijke rente en incassokosten aan Zilveren Kruis.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8484758 CV EXPL 20-12966
uitspraak: 4 september 2020
vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
in de zaak van:
de naamloze vennootschap
Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V.,
gevestigd te Utrecht,
eiseres,
gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats gedaagde] ,
gedaagde,
die in persoon procedeert.
Partijen worden hierna aangeduid als ‘Zilveren Kruis’ en ‘ [gedaagde] ’.

1..Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 3 april 2020, met een productie;
de conclusie van antwoord, met een productie;
de conclusie van repliek, met producties;
de conclusie van dupliek, met een productie en de aanvulling daarop van 4 augustus 2020.
Het vonnis is bepaald op heden.

2..De vaststaande feiten

2.1
Als enerzijds gesteld en anderzijds niet weersproken, staat het volgende tussen partijen vast.
2.2
[gedaagde] heeft bij Zilveren Kruis een zorgverzekering afgesloten zoals bedoeld in de Zorgverzekeringswet. Op grond van deze overeenkomst is [gedaagde] premie verschuldigd.

3..Het geschil

3.1
Zilveren Kruis vordert – na vermindering van eis – dat [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling aan Zilveren Kruis van een bedrag van € 258,19, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 253,90 vanaf 3 april 2020 tot aan de dag van algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
3.2
Zilveren Kruis legt nakoming van de betalingsverplichting uit de overeenkomst aan haar vordering ten grondslag. [gedaagde] is deze verplichting niet nagekomen over de periodes november en december 2019. De achterstand bedraagt inclusief rente en kosten € 303,75.
3.3
[gedaagde] heeft op de vordering gereageerd. Hierop wordt voor zover in deze procedure van belang in het navolgende ingegaan.

4..De beoordeling

4.1
[gedaagde] erkent dat hij de premie over november 2019 niet heeft betaald, zodat die wordt toegewezen. Wel voert [gedaagde] verweer tegen de gevorderde premie over december 2019. [gedaagde] stelt dat hij deze al heeft betaald.
4.2
[gedaagde] legt een betaalbewijs over van een betaling van € 125,45 op 24 december 2019. Zilveren Kruis stelt dat deze betaling is bedoeld voor de premieperiode januari 2020, omdat het bedrag en het betalingskenmerk overeenkomen met de premie voor januari 2020. [gedaagde] heeft dus zelf de premiemaand januari 2020 aangewezen bij zijn betaling zoals bedoeld in artikel 6:43 BW Pro. Dat betekent dat Zilveren Kruis de betaling terecht in mindering heeft gebracht op de premie voor die maand en de premie voor december 2020 dus nog niet is betaald.
4.3
[gedaagde] heeft daarna nog slechts gesteld dat de vordering onjuist is en dat dit blijkt uit het betaalbewijs dat hij heeft overgelegd. [gedaagde] heeft geen andere betalingen gesteld waaruit blijkt dat hij de premie van december 2019 heeft betaald. [gedaagde] heeft de vordering niet op andere gronden betwist, zodat deze wordt toegewezen.
4.4
De gevorderde wettelijke rente zal eveneens worden toegewezen, nu daartegen geen nader verweer is gevoerd.
4.5
Zilveren Kruis maakt tevens aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Voldoende gebleken is dat voldaan is aan de wettelijke vereisten, zodat ook het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen.
4.6
[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

5..De beslissing

De kantonrechter
:
veroordeelt [gedaagde] aan Zilveren Kruis te betalen een bedrag van € 258,19, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW Pro over een bedrag van € 253,90 vanaf 3 april 2020 tot aan de dag van algehele voldoening;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Zilveren Kruis vastgesteld op € 124,- aan griffierecht, € 105,06 aan dagvaardingskosten en € 144,- aan salaris voor de gemachtigde;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Poiesz en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
41645