Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
[verzoeker] ,
Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift met producties, ontvangen op 22 juni 2020;
- het proces-verbaal van de regiezitting die heeft plaatsgevonden via een digitale verbinding met het programma Skype voor bedrijven op 24 juni 2020;
- het verweerschrift met producties en de begeleidende brief hierbij;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling die heeft plaatsgevonden via een digitale verbinding met het programma Skype voor bedrijven op 9 juli 2020, alwaar [verzoeker] en zijn gemachtigde niet zijn verschenen;
- de pleitnota van de gemachtigde van Eriks.
Omschrijving van het geschil
de extra kosten voor brandstof bij overschrijding van het geraamde brandstofverbruik (bij een overschrijding van 20% of meer brandstof);
(…)’
Beoordeling van het geschil
zo’n beetjeop 9 juli begint’. Naar het oordeel van de kantonrechter was aldus geen sprake van een absolute verhindering op 9 juli 2020. Daarenboven schreef mr. Oberman in zijn fax van 16 juni 2020 ‘vlak na 8 juli a.s. op vakantie’ te gaan, hetgeen evenmin concreet is. Gelet op overweging 3.7.2. van de Mediant-beschikking van de Hoge Raad en gelet op de termijn van vier weken die artikel 7:686a lid 5 BW bevat, zou – mede met inachtneming van de belangen van beide partijen – de mondelinge behandeling tussen 8 en 21 juli 2020 moeten plaatsvinden. Omdat mr. Oberman vaag was over het begin van zijn vakantie en de agenda van de kantonrechter verder alleen ruimte bood op dagen dat mr. Oberman wél met vakantie was, heeft de kantonrechter beslist dat de mondelinge behandeling op 9 juli 2020 zou plaatsvinden. In de gang van zaken na die beslissing (waaronder begrepen de keuze van [verzoeker] en zijn gemachtigde om niet deel te nemen aan de mondelinge behandeling) ziet de kantonrechter geen aanleiding om de mondelinge behandeling aan te houden. Van (nieuwe) omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten leiden is niet gebleken.
Het verzoek om de procedure nietig te verklaren en de zaak door te verwijzen naar een andere kantonrechter heeft geen (kenbaar gemaakte) rechtsgrond, mede gelet op het feit dat het wrakingsverzoek dat [verzoeker] heeft ingediend tegen de kantonrechter niet is toegewezen.