Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- het exploot van dagvaarding, met producties;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
Rechtbank Rotterdam
Eiser vordert betaling van loon, vakantietoeslag, loonstroken en jaaropgave van gedaagde, stellende dat hij op basis van een mondelinge arbeidsovereenkomst in dienst was en niet betaald is over een specifieke periode in 2015. Gedaagde betwist het bestaan van een vaste arbeidsovereenkomst en stelt dat eiser slechts incidenteel op basis van urenbrieven werkte, waarvan er voor de betreffende periode geen zijn.
De kantonrechter oordeelt dat eiser onvoldoende heeft gesteld om het bestaan van een arbeidsovereenkomst aan te tonen. Eiser heeft nagelaten te specificeren wanneer de overeenkomst zou zijn aangegaan, welke werkzaamheden hij verrichtte, tegen welk loon en hoeveel uren hij werkte. Ook ontbreekt nadere onderbouwing van het gevorderde bedrag, terwijl gedaagde juist het ontbreken van urenbriefjes aanvoert.
Hierdoor is niet duidelijk op welke grondslag de vordering steunt en is eiser tekortgeschoten in zijn stelplicht. De kantonrechter wijst de vordering af en veroordeelt eiser in de proceskosten, welke nihil worden vastgesteld.
Uitkomst: De loonvordering wordt afgewezen wegens niet voldoen aan de stelplicht.