ECLI:NL:RBROT:2020:7177

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
22 juli 2020
Publicatiedatum
14 augustus 2020
Zaaknummer
10/086646-19
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3a OpiumwetLijst I Opiumwet
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken reële beschikkingsmacht over aangetroffen heroïne in woning

In deze strafzaak stond verdachte terecht wegens het aanwezig hebben van een grote hoeveelheid heroïne in haar woning te Rotterdam. De politie trof circa 25 kilo heroïne aan, bestemd voor illegale handel, in een woning die werd bewoond door verdachte, haar man en vier minderjarige kinderen.

Tijdens het onderzoek bleek uit de aangetroffen sporen en voorwerpen in de keuken dat op aanzienlijke schaal heroïne was versneden en samengeperst. Verdachte verklaarde dat zij die dag de woning met haar kinderen had verlaten toen de keuken schoon was en dat haar man met anderen in de keuken aanwezig was toen zij terugkeerde. Zij gaf aan thuis niets te zeggen te hebben en dat haar man de baas was.

De rechtbank oordeelde dat op basis van het dossier niet met de vereiste mate van zekerheid kon worden vastgesteld dat verdachte wetenschap had van en beschikkingsmacht over de heroïne. Hoewel er aanwijzingen waren dat zij mogelijk betrokken was, ontbrak het aan bewijs voor daadwerkelijke beschikkingsmacht.

Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde feit van het aanwezig hebben van heroïne. De vrijspraak werd uitgesproken op 22 juli 2019 door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens het ontbreken van bewijs voor beschikkingsmacht over de aangetroffen heroïne.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2
Parketnummer: 10/086646-19
Datum uitspraak: 22 juli 2019
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[naam verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres verdachte] , [postcode verdachte] [woonplaats verdachte] ,
raadsvrouw mr. O. Saki, advocaat te Rotterdam.

1..Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 8 juli 2019.

2..Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

3..Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. E.M. Harbers heeft gevorderd:
- vrijspraak van het ten laste gelegde.

4..Waardering van het bewijs

Standpunt verdediging
Door de verdediging is vrijspraak bepleit. Daartoe is betoogd dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat de verdachte bij het ten laste gelegde feit betrokken is geweest.
Beoordeling
In deze zaak zijn [naam medeverdachte 1] , [naam medeverdachte 2] , [naam medeverdachte 3] en [naam verdachte] als verdachten aangemerkt. In een woning op de [adres delict] in Rotterdam is door de politie een grote hoeveelheid van ongeveer 25 kilo, voor verdere illegale handel bestemde, heroïne aangetroffen en in beslag genomen. Het betreft een relatief kleine woning, die op dat moment werd bewoond door zes personen: de verdachte, haar man [naam medeverdachte 1] en hun vier minderjarige kinderen (in de leeftijd tussen 4 en 15 jaar). In de keuken van de woning zijn goederen en sporen aangetroffen die er op wijzen dat, voorafgaand aan de komst van de politie, op aanzienlijke schaal heroïne is versneden en dat die heroïne daarna opnieuw is samengeperst.
In de keuken worden diverse werktuigen aangetroffen waarvan het bekend is dat deze worden gebruikt voor het versnijden van harddrugs, zoals een drugspers, mallen, weegschalen, blenders. Op meerdere van die voorwerpen worden bruine poederresten gezien en in de gehele keuken was een bruine waas van poeder zichtbaar.
De verdachte heeft onder meer verklaard dat, toen zij met haar kinderen eerder die dag de woning verliet, de keuken schoon was. Verder heeft zij verklaard dat, toen zij die avond in de woonkamer zat, haar man met twee andere mannen in de keuken aanwezig was. Ook heeft zij tegenover de politie ter plaatse verklaard dat zij thuis niets te zeggen heeft, dat haar man de baas is en tegen haar heeft gezegd dat ‘het’ maar voor een paar dagen was.
Op basis van de stukken in het dossier kan niet worden vastgesteld dat verdachte wetenschap van én beschikkingsmacht over de aangetroffen hoeveelheid heroïne heeft gehad. In het dossier zijn er weliswaar aanwijzingen te vinden dat de verdachte er mogelijk iets mee te maken heeft gehad en enige wetenschap had van wat er zich in de woning afspeelde, maar niet kan met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden vastgesteld dat de verdachte de vereiste beschikkingsmacht over de in haar woning aangetroffen heroïne had. Kortom: op grond van de inhoud van het dossier kan niet met
de benodigde mate van zekerheid worden vastgesteld dat de verdachte enige reële beschikkingsmacht had over de in haar woning aangetroffen heroïne.
De verdachte zal daarom van het ten laste gelegde worden vrijgesproken.

5..Bijlage

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

6..Beslissing

De rechtbank:
verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. W.A.F. Damen, voorzitter,
en mrs. M.A. van der Laan-Kuijt en M.J.M. van Beckhoven, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.C. Fraaij, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 juli 2019.
De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
zij op of omstreeks 11 januari 2019 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 25348,8 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.