ECLI:NL:RBROT:2020:6936

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
6 augustus 2020
Publicatiedatum
4 augustus 2020
Zaaknummer
8440408 CV EXPL 20-1454
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:5 lid 5 BWArt. 7:28 BWArt. 150 Rv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot betaling energie-eindafrekening verjaard en afgewezen

Direct Pay Services B.V. vordert betaling van een bedrag van €168,67 plus rente en kosten van [gedaagde], voortvloeiend uit een eindafrekening van een energieovereenkomst met Greenchoice. Deze vordering is gebaseerd op een overgedragen schuld.

[gedaagde] voert verjaring aan als verweer. De rechtbank stelt vast dat de vordering verjaard is na twee jaar vanaf de vervaldatum van 10 januari 2017, dus op 11 januari 2019. Direct Pay moet aantonen dat zij de verjaring heeft gestuit door aanmaningen te sturen die door [gedaagde] zijn ontvangen.

Direct Pay stelt brieven te hebben verzonden in 2017 en 2018, maar kan niet bewijzen dat deze zijn ontvangen. [gedaagde] betwist ontvangst en onderbouwt dit met een overzicht van ontvangen correspondentie. De rechtbank oordeelt dat Direct Pay onvoldoende bewijs levert voor stuiting van de verjaring en wijst daarom de vordering af.

Direct Pay wordt veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van [gedaagde] nihil worden vastgesteld omdat hij zich niet heeft laten bijstaan door een gemachtigde en geen kosten heeft gesteld.

Uitkomst: De vordering van Direct Pay wordt afgewezen wegens verjaring.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8440408 CV EXPL 20-1454
uitspraak: 6 augustus 2020
vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht,
in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Direct Pay Services B.V.,
gevestigd te Barendrecht,
eiseres,
gemachtigde: Webcasso,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [plaats] ,
gedaagde,
die procedeert in persoon.
Partijen worden hierna aangeduid als ‘Direct Pay’ en ‘ [gedaagde] ’.

1..Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 13 maart 2020, met producties;
de conclusie van antwoord, met producties;
de conclusie van repliek, met producties;
de conclusie van dupliek, met producties.
Het vonnis is bepaald op heden.

2..Het geschil

2.1
Direct Pay vordert dat [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling aan Direct Pay van een bedrag van € 168,67, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 maart 2020 tot aan de dag van algehele voldoening, alsmede € 40,- aan buitengerechtelijke kosten en € 10,62 aan wettelijke rente, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
2.2
Direct Pay legt primair nakoming van de betalingsverplichting, subsidiair onverschuldigde betaling en meer subsidiair ongerechtvaardigde verrijking aan haar vordering ten grondslag.
2.3
[gedaagde] heeft op de vordering gereageerd. Op zijn verweer wordt voor zover in deze procedure van belang in het navolgende ingegaan.

3..De beoordeling

3.1
Partijen zijn het eens over het volgende. [gedaagde] is een energieovereenkomst aangegaan met Greenchoice. Op grond van die overeenkomst moet [gedaagde] nog een bedrag van € 168,67 betalen. Dit bedrag betreft de eindafrekening in 2016. Greenchoice heeft deze vordering overgedragen aan Direct Pay. [gedaagde] voert als verweer tegen de vordering van Direct Pay aan dat de vordering is verjaard.
3.2
Op een overeenkomst tot levering van energie zijn de wettelijke bepalingen met betrekking tot consumentenkoop van toepassing (zie artikel 7:5 lid 5 BW Pro). Bij consumentenkoop verjaart een vordering tot betaling van de koopprijs op grond van artikel 7:28 BW Pro na verloop van twee jaar vanaf het moment van opeisbaarheid.
3.3
In dit geval is de eindafrekening gefactureerd op 20 december 2016, met als vervaldatum 10 januari 2017. De vordering is daarom verjaard op 11 januari 2019, tenzij Direct Pay de verjaring heeft gestuit. Het is op grond van de hoofdregel van artikel 150 Rv Pro aan Direct Pay om te stellen en zo nodig te bewijzen dat zij de verjaring heeft gestuit. Concreet houdt dit dan ook in dat Direct Pay moet stellen en zo nodig bewijzen dat zij aanmaningen heeft verzonden en dat deze door [gedaagde] zijn ontvangen (zie HR 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2704, r.o. 3.5.2).
3.4
Direct Pay stelt dat zij [gedaagde] brieven heeft verzonden op 6 en 28 februari en 26 maart 2017 en 24 maart 2018. [gedaagde] heeft de ontvangst van deze brieven betwist. Het enkele feit dat Direct Pay stelt dat de brieven zijn verzonden aan het juiste adres is onvoldoende om aan te nemen dat de brieven dus door [gedaagde] zijn ontvangen. Direct Pay dient dit immers juist te bewijzen en zij had ervoor kunnen kiezen om de brieven met bewijs van ontvangst te laten verzenden. [gedaagde] motiveert zijn betwisting bovendien door middel van een door hem opgesteld overzicht waarin hij alle door hem ontvangen en door Direct Pay gestelde correspondentie heeft opgenomen en daarbij heeft aangegeven welk schrijven hij wel of niet heeft ontvangen. Daarom kan niet worden vastgesteld dat Direct Pay de verjaring van de vordering heeft gestuit en Direct Pay heeft op dit punt ook geen bewijs meer aangeboden. Dat betekent dat het verweer van [gedaagde] slaagt. De kantonrechter wijst de vordering af.
3.5
Direct Pay zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden echter vastgesteld op nihil, omdat hij zich niet heeft laten bijstaan door een gemachtigde en hij niet heeft gesteld andere kosten te hebben moeten maken.

4..De beslissing

De kantonrechter
:
wijst de vordering af;
veroordeelt Direct Pay in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] vastgesteld op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. van Steenderen-Koornneef en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
41645