ECLI:NL:RBROT:2020:6620
Rechtbank Rotterdam
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens niet volledig betaald griffierecht
Opposant stelde beroep in tegen een besluit van de Minister van Veiligheid en Justitie, maar de rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het volledige griffierecht niet tijdig was betaald. Opposant betaalde abusievelijk het oude griffierecht van €170 in plaats van het juiste bedrag van €174, wat leidde tot verzuim.
In het verzet voerde opposant aan dat de niet-ontvankelijkverklaring disproportioneel en formalistisch was, mede omdat het verschil gering was en er geen betalingsonwil was. Ook stelde opposant dat de rechtbank had moeten waarschuwen of een herinnering had moeten sturen over het te weinig betaalde bedrag, en dat het recht op toegang tot de rechter hierdoor werd belemmerd.
De rechtbank oordeelde dat de gemachtigde van opposant als professioneel raadsman op de hoogte had moeten zijn van het juiste griffierecht, en dat er geen wettelijke of morele verplichting bestond voor de rechtbank om een aangepaste nota te sturen. Het beroep op artikel 6 EVRM Pro werd verworpen omdat het verzoek om ontheffing van griffierecht wegens betalingsonmacht was afgewezen.
De rechtbank handhaafde de niet-ontvankelijkverklaring en verklaarde het verzet ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het beroep blijft niet-ontvankelijk wegens niet volledig betaald griffierecht.