ECLI:NL:RBROT:2020:6614

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 juli 2020
Publicatiedatum
23 juli 2020
Zaaknummer
7594592 CV EXPL 19-11194
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:171 BWArt. 118 RvArt. 143 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontvankelijkheid verzet erfgenaam na verstekvonnis tegen nalatenschapsvordering

In deze civiele zaak vordert Tealinez B.V. betaling van een restschuld uit effectenleaseovereenkomsten die oorspronkelijk waren gesloten met wijlen [erflater]. Na het overlijden van [erflater] stelde de pretense erfgenaam verzet in tegen een verstekvonnis dat eerder tegen [erflater] was gewezen. De rechtbank beoordeelt eerst de ontvankelijkheid van dit verzet.

De rechtbank stelt vast dat erfgenamen onder algemene titel bevoegd zijn verzet in te stellen tegen een verstekvonnis dat tegen de overledene is gewezen. Hoewel Tealinez betwist dat de verzetvoerster daadwerkelijk erfgenaam is, wordt zij in de gelegenheid gesteld dit nader te onderbouwen. Ook wordt het belang van het aanwijzen van eventuele andere erfgenamen benadrukt vanwege de ondeelbare rechtsverhouding.

De rechtbank wijst erop dat de vordering inmiddels is overgegaan van Dexia naar Tealinez via een tussenstap, waardoor Tealinez als bijzondere rechtsopvolger partij is. De zaak wordt aangehouden tot de rolzitting op 11 augustus 2020, waarbij de verzetvoerster stukken moet overleggen over de erfgenamen. Gezien de coronamaatregelen kan zij mondeling of per e-mail reageren. Het vonnis is gewezen door mr. P. Joele.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de verzetvoerster voorlopig ontvankelijk en wijst haar toe stukken te overleggen over erfgenaamschap, waarna de zaak wordt aangehouden tot de rolzitting.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 7594592 CV EXPL 19-11194
uitspraak: 17 juli 2020
vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Tealinez B.V.,
gevestigd te Zoetermeer,
eiseres,
gedaagde in verzet,
gemachtigde: mr. P.C.M. Ouwens,
tegen
de pretense erfgenaam van wijlen [naam erflater] ,
[gedaagde],
wonende te [woonplaats gedaagde] ,
gedaagde,
eiseres in verzet,
gemachtigde: mr. F.C.H.M. van der Stap.
Partijen worden hierna aangeduid als ‘Tealinez’ en ‘ [gedaagde] ’.

1..Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
de inleidende dagvaarding van 27 augustus 2004;
het verstekvonnis van 4 november 2004;
de verzetdagvaarding van 10 september 2018;
de conclusie van antwoord in oppositie;
de conclusie van repliek in oppositie;
de overgelegde producties.
Het vonnis is nader bepaald op heden.

2..De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet weersproken, staat het volgende tussen partijen vast.
2.1
Bij onder zaaknummer 586374 CV EXPL 04-33238 gewezen verstekvonnis van 4 november 2004 is [erflater] veroordeeld tot betaling aan Dexia van € 19.574,74 met rente en proceskosten.
2.2
[erflater] is op 27 augustus 2012 overleden. Op 14 augustus 2018 is op het adres van [gedaagde] een herhaald/hernieuwd bevel tot betaling van de onderhavige vordering betekend.

3..De oorspronkelijke vordering

3.1
Dexia heeft gevorderd dat [erflater] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling aan Dexia van een bedrag van € 19.574,74, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 17.732,50 vanaf 23 juni 2004 tot aan de dag van algehele voldoening, met veroordeling van [erflater] in de proceskosten.
3.2
Dexia heeft het volgende aan haar vordering ten grondslag gelegd. Tussen partijen zijn twee effectenleaseovereenkomsten tot stand gekomen op grond waarvan [erflater] maandelijks een bedrag aan Dexia moest betalen. Aangezien [erflater] deze verplichting niet is nagekomen, heeft Dexia de overeenkomsten tussentijds beëindigd. De opbrengst van de verkoop van de effecten was niet voldoende om de schuld te voldoen. [erflater] dient daarom het resterende bedrag aan restschuld te betalen.

4..De vordering in verzet

4.1
[eiseres] vordert in verzet haar te ontheffen van de bij voormeld verstekvonnis tegen haar uitgesproken veroordeling, dat verstekvonnis te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de vordering van Tealinez (de rechtsopvolger van Dexia in deze zaak) af te wijzen, met veroordeling van Tealinez in de kosten van het geding.
4.2
[eiseres] heeft daartoe het volgende aangevoerd. Zij betwist dat tussen [erflater] en Dexia effectenleaseovereenkomsten tot stand zijn gekomen. Als de overeenkomsten al tot stand zijn gekomen, zijn deze vernietigbaar. Daarnaast is de vereffening van de nalatenschap reeds in november 2013 voltooid. Tealinez heeft de onderhavige vordering niet bij de betreffende notaris ter vereffening ingediend. Tealinez meent een aanspraak te hebben op [erflater] , in wiens rechten en verplichtingen [eiseres] niet is opgevolgd. [eiseres] is daarom niet aansprakelijk.

5..De beoordeling

5.1
Eerst dient beoordeeld te worden of [eiseres] ontvankelijk is in haar verzet. Op grond van artikel 143 Rv Pro kan de gedaagde die bij verstek is veroordeeld, tegen dat verstekvonnis verzet instellen. Aangezien [erflater] is overleden, zijn de erfgenamen als rechtsopvolger onder algemene titel bevoegd in verzet te komen.
5.2
Tealinez heeft betwist dat [eiseres] erfgenaam van [erflater] is. Op basis van de overgelegde stukken kan dit vooralsnog niet worden vastgesteld. [eiseres] zal daarom in de gelegenheid worden gesteld op dit punt nadere stukken in het geding te brengen.
5.3
Tealinez heeft voorts aangevoerd dat [eiseres] niet heeft aangetoond dat zij ook namens de eventuele andere erfgenamen verzet heeft ingesteld. Een erfgenaam kan echter naar het oordeel van de kantonrechter ook zelfstandig in verzet komen. Uit artikel 3:171 BW Pro volgt dat een erfgenaam bevoegd is tot het instellen van rechtsvorderingen en het indienen van verzoeken ter verkrijging van een rechterlijke uitspraak ten behoeve van de gemeenschap. Het instellen van verzet is vergelijkbaar met het instellen van een rechtsvordering ter verkrijging van een rechterlijke uitspraak ten behoeve van de gemeenschap. De ratio van artikel 3:171 BW Pro is immers gelegen in de behoefte om erfgenamen bij de uitoefening van hun rechten niet afhankelijk te maken van hun mede-erfgenamen. Aangezien ten aanzien van het instellen van het rechtsmiddel van verzet geen expliciete regeling is opgenomen, leent dit artikel zich voor analoge toepassing. In het kader van de ontvankelijkheidsvraag kan gelet op het voorgaande in het midden blijven of [eiseres] de enige erfgenaam van [erflater] is.
5.4
Voor de verdere beoordeling van de zaak kan wel van belang zijn of [eiseres] de enige erfgenaam is. Voorstelbaar is dat Tealinez in de gelegenheid wordt gesteld eventuele andere erfgenamen alsnog op te roepen op grond van artikel 118 Rv Pro. Er is hier immers sprake van een rechtsverhouding waarbij het rechtens noodzakelijk is dat de beslissing in dezelfde zin luidt ten aanzien van alle erfgenamen (processueel ondeelbare rechtsverhouding). Dat betekent dat alle erfgenamen aan het vonnis gebonden zijn. [eiseres] dient daarom ook aan te geven wie de eventuele andere erfgenamen zijn.
5.5
Tussen partijen is niet in geschil dat Dexia de vordering heeft overgedragen aan Asset Refinance Company (hierna ARC). ARC heeft de vordering overgedragen aan Tealinez. Dat betekent dat de procedure door Tealinez als rechtsopvolger onder bijzondere titel wordt voortgezet. Dexia is daarom geen partij meer.

6..De beslissing

De kantonrechter
:
stelt [gedaagde] in de gelegenheid stukken in het geding te brengen waaruit blijkt wie de erfgenamen van [erflater] zijn;
verwijst de zaak daarvoor naar de rolzitting van
dinsdag 11 augustus 2020;
wijst [gedaagde] erop dat de akte in tweevoud ingestuurd moet worden en uiterlijk de dag vóór de rolzitting om 12.00 uur door de rechtbank ontvangen moet zijn;
wijst [gedaagde] erop dat het vanwege het coronavirus niet mogelijk is om naar de rolzitting te komen, maar dat zij in plaats daarvan mondeling mag reageren door uiterlijk de dag voor de rolzitting te bellen met telefoonnummer 088 362 4610 / 088 362 0311 (b.g.g.);
wijst [gedaagde] erop dat zij tijdelijk ook een e-mailbericht mag sturen aan kantondagvaarding.rtm@rechtspraak.nl.
Dit vonnis is gewezen door mr. P. Joele en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
33945