Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Voorafgaande veroordeling
3..Vordering
4..Preliminaire verweren
derdeen vierde lid, Sv. In de Memorie van Toelichting bij artikel 36e Sv (pag. 58, tweede alinea) staat immers:
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde een zaak waarin een rechtspersoon gevestigd op Curaçao was veroordeeld voor een milieumisdrijf. De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel en riep de rechtspersoon op voor een terechtzitting. De verdediging stelde dat de oproeping nietig was omdat deze niet rechtsgeldig was betekend.
De rechtbank constateerde dat sinds de inwerkingtreding van de Wet USB de regeling voor betekening aan rechtspersonen in het buitenland onduidelijk is. Artikel 36m Sv sluit de toepasselijkheid van artikel 36e, derde lid, Sv uit, terwijl de Memorie van Toelichting anders aangeeft. De rechtbank las artikel 36m Sv daarom verbeterd, zodat artikel 36e, derde lid, Sv ook geldt voor rechtspersonen in het buitenland.
Vervolgens concludeerde de rechtbank dat de oproeping aan de rechtspersoon had moeten worden toegezonden naar het statutaire vestigingsadres. In het dossier ontbrak echter een akte van uitreiking of bewijs van verzending naar het juiste adres. Hierdoor was niet voldaan aan de wettelijke vereisten voor betekening.
De rechtbank verklaarde de oproeping nietig en wees daarmee het verzoek van de officier van justitie af. Dit oordeel is gebaseerd op een strikte interpretatie van de wettelijke bepalingen en het belang van correcte betekening voor de rechtsgeldigheid van de procedure.
Uitkomst: De oproeping aan de rechtspersoon in het buitenland is nietig verklaard wegens onjuiste betekening.