Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
3..De vordering
4..De vordering in verzet
5..De beoordeling
6..De beslissing
:
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een geschil tussen Stichting 3B Wonen en een huurder over een huurachterstand en de ontbinding van de huurovereenkomst. 3B Wonen vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van de woning en betaling van achterstallige huur en bijkomende kosten. De huurder verzet zich tegen het verstekvonnis en betwist de hoogte van de huurachterstand.
De kantonrechter stelt vast dat er een huurachterstand is, die volgens 3B Wonen ongeveer vier maanden bedraagt. De huurder betwist dit, maar slaagt er niet in dit voldoende te onderbouwen met bewijs. De rechter gaat daarom uit van de specificaties van 3B Wonen. Tevens is vastgesteld dat de huurder in verzuim is en dat buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn.
Gelet op artikel 6:265 lid 1 BW Pro is het niet (tijdig) betalen van huur een tekortkoming die ontbinding kan rechtvaardigen. De huurachterstand is voldoende ernstig om ontbinding en ontruiming te rechtvaardigen. De kantonrechter verleent echter een termijn van één maand om de schuld inclusief rente en kosten alsnog te voldoen. Indien de huurder niet binnen die termijn betaalt, wordt de huurovereenkomst ontbonden en volgt ontruiming.
De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur, rente, kosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Poiesz en uitgesproken in een openbare terechtzitting.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden met een termijn van één maand om de huurachterstand te voldoen, waarna ontruiming volgt.