ECLI:NL:RBROT:2020:5998

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
19 juni 2020
Publicatiedatum
9 juli 2020
Zaaknummer
ROT 20/1857
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet voldoen griffierecht in bestuursrechtelijke procedure

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, waarbij haar bezwaar gedeeltelijk gegrond werd verklaard. De griffier heeft eiseres geïnformeerd over het verschuldigde griffierecht van €48,- en haar verzocht dit binnen vier weken te voldoen. Ondanks meerdere aanmaningen en een afgewezen verzoek tot vrijstelling, heeft eiseres het griffierecht niet betaald.

Op grond van artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht bepaalt de rechtbank dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat het griffierecht niet tijdig is voldaan en eiseres in verzuim is. Er is geen reden om aan te nemen dat het niet betalen niet aan eiseres kan worden toegerekend.

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. De uitspraak is gedaan door rechter F.P.J. Schoonen op 19 juni 2020 en zal, zodra mogelijk, openbaar worden uitgesproken.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet voldoen van het griffierecht binnen de gestelde termijn.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 20/1857
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 juni 2020 als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in de zaak tussen

[Naam], te [Plaats], eiseres,

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 24 februari 2020 van verweerder waarbij haar bezwaar tegen het besluit van 6 november 2019 gedeeltelijk gegrond is verklaard.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt door de griffier van de indiener van het beroepschrift een griffierecht geheven.
2. Bij brief van 8 april 2020 heeft de griffier eiseres erop gewezen dat zij een griffierecht van € 48,- verschuldigd is en haar aangemaand dit bedrag binnen vier weken te voldoen. Het vermelde bedrag is niet binnen de gestelde termijn bijgeschreven of ter griffie gestort. Eiseres heeft verzocht om vrijstelling van het griffierecht. De griffier heeft dit verzoek bij brief van 6 mei 2020 afgewezen. De rechtbank is van oordeel dat het verzoek van eiseres terecht is afgewezen. Eiseres is bij aangetekende brief van 7 mei 2020 aangemaand het bedrag alsnog binnen vier weken te voldoen. Het vermelde bedrag is niet binnen de gestelde termijn bijgeschreven of ter griffie gestort.
3. Artikel 8:41, zesde lid, van de Awb bepaalt dat, indien het verschuldigde bedrag niet of niet tijdig is bijgeschreven of gestort, het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener van het beroepschrift in verzuim is geweest.
4. Naar het oordeel van de rechtbank kan redelijkerwijs worden geoordeeld dat eiseres in verzuim is geweest. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F.P.J. Schoonen, rechter, in aanwezigheid van K.A. Dos Santos, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 19 juni 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken
.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.