ECLI:NL:RBROT:2020:5828
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek vervallen verklaring schriftelijke aanwijzing in kader pleegzorg
De moeder van een minderjarige, die verblijft in een pleeggezin, verzocht de rechtbank om de schriftelijke aanwijzing van de gecertificeerde instelling (GI) van 15 april 2020 geheel vervallen te verklaren. Deze aanwijzing betrof een beperking van contactmomenten tussen moeder en minderjarige, ingegeven door coronamaatregelen. De moeder stelde dat de e-mail van de GI niet als een formele schriftelijke aanwijzing kon worden opgevat, omdat de contactbeperking al was genomen en niet schriftelijk was vastgelegd.
De GI stelde dat de oude contactregeling inmiddels was hervat en dat de e-mail een voorstel was om de coronaperiode te overbruggen, waarbij rekening werd gehouden met de kwetsbaarheid van pleegvader en moeder. De kinderrechter oordeelde dat er geen schriftelijke aanwijzing tot stand was gekomen, omdat de moeder niet op het voorstel had gereageerd en er geen juridisch bindend besluit was genomen.
Daarom verklaarde de kinderrechter de moeder niet-ontvankelijk in haar verzoek tot vervallen verklaring van de schriftelijke aanwijzing. De beschikking werd op 9 juni 2020 telefonisch uitgesproken vanwege de coronamaatregelen en schriftelijk vastgesteld op 25 juni 2020.
Uitkomst: De moeder is niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot vervallen verklaring van de schriftelijke aanwijzing.